Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
‘Je ziet gebeuren wat niet eerder op deze schaal gebeurde’
Door haar vele onderzoeken naar infectieziektes kende ze de theoretische scenario’s. Maar de impact van COVID wist ook internist-infectioloog Chantal Rovers te verrassen. Tijdens de pandemie zette ze haar kennis en kunde op het gebied van infectieziekten én crisismanagement in, voor en achter de schermen. Hoe heeft Chantal deze hectische periode beleefd? We kijken terug, maar ook vooruit.
“Op oudejaarsdag 2019 was ik bij mijn ouders. Ik had het met mijn vader over de eerste COVID-19-gevallen in China. ‘Daar gaan we nog veel van horen,’ zei ik nog tegen mijn vader. Een paar weken later was ik in Berlijn voor een overleg met vakgenoten uit meerdere landen. We zouden de aanpak van Lassakoorts evalueren en kijken of we goed op elkaar aangesloten waren. Over Lassa hebben we het weinig gehad. Op dat moment kwamen namelijk de eerste berichten van COVID-gevallen buiten China. We wisten allemaal: dit gaat hier ook komen, maar niemand lijkt het te beseffen.”
Terug in Nederland lijkt ook daar het besef van de impact niet zo groot, maar Chantal gaat achter de schermen druk aan de slag. “In het Radboudumc zijn we meteen begonnen met het uitwerken van plannen en scenario’s. Hoe zorgen we dat onze patiënten en collega’s niet besmet raken? Wat doen we als we veel patiënten krijgen? Terwijl in Nederland volop carnaval werd gevierd, zat ik bij het OMT-overleg. We gingen daar allemaal weg met het besef dat de wereld enorm zou gaan veranderen.”
“Ook van mijn man, die in het Bernhoven Ziekenhuis werkt, hoorde ik uit de eerste hand hoe ernstig ziek mensen konden worden van COVID-19. Ik heb mijn ouders gebeld en gezegd: ‘Wat ze ook zeggen: ga niet meer naar winkels, feestjes of andere dingen.’ En ja, dat is best gek om tegen je ouders te zeggen. Je vraagt je toch af of je niet overdrijft. Maar het was écht nodig. De weken erna hebben mijn ouders twintig rouwkaarten ontvangen… Het was bizar om te zien hoe alle theoretische scenario’s werkelijkheid werden. Het was alle hens aan dek. Ik kwam alleen thuis om te slapen en werkte zeven dagen in de week. Ik moest wel, dit was waar ik voor opgeleid ben.”
Al tijdens haar studie geneeskunde in Nijmegen ontdekt Chantal dat ze de afwisseling tussen zorg en onderzoek erg interessant vindt. “Het zoeken naar een diagnose ligt me meer dan bijvoorbeeld het chirurgische handwerk. Ik zet graag mijn tanden in een vraagstuk. Na mijn opleiding tot internist heb ik daarom nog een extra opleiding tot infectioloog gedaan. Het was – en is – een vak dat steeds in ontwikkeling is. Je moet je steeds aanpassen aan nieuwe ziektebeelden, en je hebt ook echt de kans om iets goeds te doen, om iets te betekenen voor mensen.”
“We gingen weg bij het overleg met het besef dat de wereld enorm zou gaan veranderen”
Al tijdens haar studie geneeskunde in Nijmegen ontdekt Chantal dat ze de afwisseling tussen zorg en onderzoek erg interessant vindt. “Het zoeken naar een diagnose ligt me meer dan bijvoorbeeld het chirurgische handwerk. Ik zet graag mijn tanden in een vraagstuk. Na mijn opleiding tot internist heb ik daarom nog een extra opleiding tot infectioloog gedaan. Het was – en is – een vak dat steeds in ontwikkeling is. Je moet je steeds aanpassen aan nieuwe ziektebeelden, en je hebt ook echt de kans om iets goeds te doen, om iets te betekenen voor mensen.”
Tijdens de pandemie komen haar kennis op het gebied van infectieziekten én haar opleiding tot crisismanager Chantal goed van pas. “Als wetenschapper wil je graag alles tot in detail uitzoeken voordat je een beslissing neemt. Maar tijdens een pandemie heb je die tijd niet. Binnen het Radboudumc ben ik opgeleid tot voorzitter van ons crisisbeleidsteam. Daar leer je knopen door te hakken, óók als je niet over alle feiten beschikt. Het zijn vaak moeilijke beslissingen die je moet nemen. Dat zag ik ook toen ik meedacht in het OMT toen ik als ‘gewone dokter’ de minister moest adviseren over een lockdown.”
Als wetenschapper onderstreept Chantal het belang van kennis. “Het is belangrijk dat we met elkaar gebruik maken van de feiten die we hebben om zo een weloverwogen beslissing te kunnen maken. Daarom werd ik op een gegeven moment ook actief op Twitter en ben ik op een aantal uitnodigingen van praatprogramma’s ingegaan. De visagiste kende me daar op een gegeven moment en zei: ‘Als jij komt, dan is er weer iets aan de hand.’ Ik was niet altijd de brenger van vrolijk nieuws nee. Maar ik vond ook: we moeten open en eerlijk zijn over waar we staan. Toen er in een interview in de krant door een ander werd gezegd dat ‘er geen druk op de zorg was’ vond ik dat ik van me moest laten horen. Op dat moment zaten wij met een hoog ziekteverzuim, uitgestelde zorg, oververmoeide collega’s én zagen wij de volgende golf alweer aankomen. Dan is ‘het valt best mee’ niet de boodschap die je moet uitdragen vind ik.”
Chantal is niet bang geweest om te zeggen wat ze vindt, dat heeft ze altijd al gehad. “Maar ja, het wordt je niet altijd in dank afgenomen. Ik heb me van tevoren niet gerealiseerd hoe groot de impact zou zijn. Onaardig zijn is één ding, maar het ging helaas ook verder dan dat. Je gaat dan toch meer nadenken over ‘wat zeg ik wel en wat zeg ik niet’. Ik zou op een gegeven moment de straat opgaan om voorlichting te geven over vaccineren, maar dat werd me afgeraden. Het gekke is dat je toch een beetje gewend raakt aan de vervelende opmerkingen en het gescheld. Ik werkte als supervisor bij de vaccinatietwijfeltelefoon en kreeg op een gegeven moment een bak ellende over me heen van iemand aan de andere kant van de lijn. Ik vond het vooral vervelend voor de student die meeluisterde, die was meer ontdaan dan ik.”
Gelukkig zijn er vooral heel veel mooie en fijne reacties geweest. “Ik heb vaak gehoord dat mensen het fijn vinden dat ik zo eerlijk en duidelijk uitleg. Op een gegeven moment sprak een vrouw me aan bij de supermarkt. Ze vertelde dat haar moeder mij had gezien op tv en de volgende dag haar vaccinatie had ingepland. ‘Ik kon haar niet overtuigen, maar jou is het wel gelukt,’ zei ze tegen me. En dat is waar ik het voor doe. Je hoopt toch dat je een aantal mensen hebt bereikt die door de uitleg een andere keuze maken. Ik deed het niet omdat ik zo graag met mijn hoofd op tv wilde, maar juist omdat ik iets te vertellen heb.”
En daar gaat ze zeker mee door. Met ingang van 1 maart 2021 is Chantal benoemd tot hoogleraar Uitbraken infectieziektes. Een proces dat al vóór de COVID-pandemie was opgestart. Een vooruitziende blik? “Het besef dat we meer bezig moeten zijn met infectieziekten was er al wel, door de Lassakoorts, Q-koorts, SARS en de uitbraak van nieuw Influenza A (H1N1) dat ook wel ‘Mexicaanse griep’ werd genoemd. Maar de urgentie is door COVID wel groter geworden. Ik zie om me heen dat het gevoel van urgentie snel weer wegzakt, maar vergeet niet: we zijn wel heel kwetsbaar geweest. En dat zijn we nog steeds. We leven met steeds meer mensen en meer dieren dichter op elkaar, we reizen meer én het klimaat verandert. Infectieziekten kunnen zo gemakkelijker van karakter veranderen en sneller overgedragen worden. Je ziet ook nu weer met monkeypox dat er weer iets gebeurt wat eerder niet op deze schaal gebeurde. Het is mijn taak om me nog steeds zorgen te maken en te leren van wat nu niet goed is gegaan. Ik zet me in zodat we nóg beter worden in de aanpak en bestrijding van infectieziekten, dat we nog beter bestand zijn tegen een volgende pandemie. Niet alleen in het ziekenhuis, maar in de hele zorgketen en ook als maatschappij.”


