Gepubliceerd:

8 mei 2022

In dit artikel:

Tekst:

Karlijn Raats

Fotografie:

‘Bloemen vragen zich niet af wie de macht heeft.Ze groeien en bloeien gewoon’

Margriet Smulders komt met de fiets aangereden op de Dobbelmanweg­­ bij het uit 1911 daterende voormalige­­­ meisjespensionaat “Johanna de Lestonac” in Nijmegen. Dit gemeentelijk­­­ monument werd vroeger­­ door Franse nonnen geleid. Ook al heeft de kunstenares per telefoon het heugelijke nieuws al gedeeld over haar AOW-gerechtigde leeftijd, ze oogt lichtvoetig. Vrijwel meteen komt haar bloemen­fascinatie aan het licht. In de voortuin loopt ze langs de wilde bloemenborder en beroert in het voorbijgaan zachtjes de bloemen. “Mooi hè, die kleuren?”

Uitzicht op de Groenestraatkerk

Alhoewel een tussenliggende school en klooster zijn vervangen door nieuwbouw heeft Margriet vanuit haar atelieraam nog altijd uitzicht op de Groenestraatkerk in de Hazenkamp. De kerk is een van de acht kerken van de rooms-katholieke parochie Heilige Drie-eenheid. Oude foto’s in de entreehal herinneren aan een tijd waarin de katholieke kerk nog fors zijn stempel drukte op Nijmeegse scholen, weeshuizen en ziekenhuizen.
“Sinds 1990 huren mijn man Frank Bezemer – ook kunstenaar – en ik in dit voormalige meisjespensionaat atelierruimte. We hebben er tot 1998 ook gewoond met ons gezin, maar dat kon niet meer,” vertelt Margriet. “Onze dochter Lola (34, kunstenares) en zoon Boris (30, componist van moderne opera”s) zijn alweer een poos uitgevlogen. Tegenwoordig bestaat het gebouw alleen nog uit kunstenaars­ateliers.”

Overal bloemen, net zoals in haar werk

Na de rondleiding door de voortuin neemt Margriet BEP mee naar de achter­tuin die ook volstaat met wilde bloemen. Menige bloem uit haar werk plukt ze hier. In de hoek van de achtertuin staat een kleine kas waar Margriet veel zorg steekt in het stekken van allerlei plantensoorten. De kunstenares wijst naar het naastgelegen perceel waar aannemingsbedrijf Dura Vermeer elf woningen bouwt en kennelijk ook een tuinrenovatie en plaatsing van een erfscheiding volgt. “Jammer, dan kunnen de bewoners van dat pand en de hier werkende kunstenaars niet eenvoudig meer gebruik maken van elkaars tuin,” zegt Margriet, waarmee ze meteen laat zien hoeveel vrijheid, uitwisseling en synergie voor haar betekenen.

Universiteit en kunstacademie

Margriet was in haar tijd een uitzondering op de regel met haar intellectuele ouders en haar eigen hoog geschooldheid. Van haar generatie geboren in de jaren vijftig, behaalde nog maar ongeveer een kwart van de vrouwen een hbo- of universitaire opleiding. Zij studeerde af in klinische psychologie in Nijmegen en rondde toen ze dertig was de avondopleiding van de kunst­academie af.

Terwijl haar ouders in Lage Mierde en Tilburg woonden, zat Margriet op kamers in Nijmegen. “Eerst in de Lange Hezelstraat met zeven meiden, daarna in de Stieltjesstraat tegenover het politiebureau samen met twee bestuursleden van studentenvereniging Diogenes en tot slot in Bottendaal. In het huis naast ons woonden ook vriendinnen. We studeerden allemaal psychologie en waren allemaal creatief.”

Hoe was haar studententijd in de jaren tachtig in de stad waar ook haar ouders ooit hadden gestudeerd? Er heerste een landelijke economische crisis en er was een grote woningnood. Ook was er een sterke feministische golf die streed voor het recht op abortus onder de slogan ‘Baas in eigen buik’. In die periode van weinig toekomstperspectief voor jongeren stond ook Nijmegen bekend om zijn actieve vrouwenbeweging, allerlei vormen van bewust­wording en protest tegen de gevestigde orde. Een van de hevigste krakers­rellen van het land waarbij de ME met zwaar materieel en traangas de krakers uit bezette panden in de Nijmeegse Piersonstraat verdreef, vond plaats in 1981.

“Tijdens mijn psychologiestudie zat ik in een band, de Swinging Binging Booging Boom Boom Sisters. Hiermee trad ik regelmatig op, waaronder in Diogenes aan de Van Schaeck Mathonsingel,” vertelt Margriet. “We deden heel sexy en zongen liedjes over wat voor man we wilden. Maar niet alle feministen vonden dat geslaagd. Je mocht in die tijd eigenlijk niet van mannen houden,” lacht ze. “Nu overdrijf ik dat laatste een beetje. Maar als je verdriet had van een man dan was je niet stoer en onafhankelijk genoeg. Daar werd dan druk over geanalyseerd.”

De psychologielichting van Margriet hield zich bezig met preventie. “Uit onderzoek was gebleken dat huisvrouwen met kleine kinderen zonder baan buitenshuis een grotere kans hebben op depressie. Door lotgenoten te treffen in preventieve praatgroepen kom je erachter dat je niet de enige bent met je probleem of existentiële vraagstuk. Ik mis het in de huidige geestelijke gezondheidszorg dat je zo weinig hoort van praatgroepen voor mensen met dezelfde soort problemen. We leerden erover hoe bij het sluiten van de mijnen in Limburg de ontslagen mijnwerkers in praatgroepen hun frustraties met elkaar konden delen zodat ze niet alleen thuis gedeprimeerd raakten en met elkaar actie konden ondernemen. Problematieken worden veel meer geïndividualiseerd. Dat maakt mensen eenzaam.”

Margriet Smulders

“Ik heb van huis uit geleerd om te allen tijde financieel onafhankelijk te zijn”

Volledige autonomie

Margriet heeft haar hele leven van haar kunst kunnen leven terwijl dat lang niet zo vanzelfsprekend is. In tal van landen heeft ze geëxposeerd. Van kleine steden tot wereldsteden. Haar werken maken deel uit van particuliere en bedrijfs­collecties over de hele wereld. Op het internet staat het bol van de filmpjes en artikelen over haarzelf en over haar werk.

Tijdens het interview neemt ze ook kort de telefoon op. Het blijkt een galeriehoudster te zijn uit Friesland. BEP merkt dat Margriet niet alleen creatief is, maar ook communicatief en zakelijk tegelijk. Belangrijke ingrediënten voor een autonoom (werk)leven. Ze verklaart hoe ze kan leven van wat ze verkoopt (ze is verwonderd over het ontvangen van ‘zomaar gratis geld’ elke maand als ze het over de AOW heeft): “Ik ben onder­nemender en zakelijker dan de meeste kunstenaars. Na mijn opleidingen volgde ik een management­opleiding voor werkzoekende academici. Ik was erop gebrand om aan de slag te gaan. Dit was ingegeven door mijn moeder die ook had gestudeerd en had gewerkt. Zij draaide ons gezin met zes kinderen toen de oorlogstrauma”s van mijn vader in hem naar boven kwamen en wij als gezin een moeilijke tijd kenden. Later zijn mijn ouders gescheiden. Mijn jongere zus had dezelfde aanleg voor psychose als mijn vader. Zij is uit het leven gestapt in 1985 rond tijd dat ik afgestudeerd was bij mijn beide opleidingen.”

Margriets gezicht blijft onbewogen, maar haar stem wordt dun: “Mijn motivatie om psychologie te studeren was om ons gezin te kunnen helpen, maar ik kwam erachter dat dit niet lukte.” Als de diepste beroering is gezakt, herpakt ze zich. “Eén van de dingen die ik uit mijn veelbewogen gezinssituatie en van mijn moeder heb geleerd, is om te allen tijde financieel onafhankelijk te zijn door werk voor mijzelf te regelen.”

Margriet Smulders
Margriet Smulders

Werkende, sensuele vrouw en moeder

In haar schrijfkamer op zolder hangen foto’s van verschillende opdrachten. Ze wijst enkele foto’s aan. “Dit was een opdracht van Randstad Kunstcollectie uit 1998. Zij vroegen me om foto’s te maken van ‘de werkende vrouw’. 1998 was het Jaar van de Werkende Vrouw. Dit was een ode aan het feit dat het aandeel werkende vrouwen enorm was toegenomen.”

In de fotoserie onderzoekt Margriet geijkte genderrol­patronen op een eigenzinnige manier want net zoals in haar latere bloemstillevens is de vorm en inhoud niet eenduidig. Ze figureert als traditioneel geklede vrouw tegen een bloemetjes­behang met een hand in een vissenkom waaruit blauwe spaghettislierten komen kruipen. Als huisvrouw in wulpse kleding met bloempotten op een strijkplank. Staand in negligé binnen een houten frame aan een soort lakenperser. Op de achtergrond zichtbaar in een spiegel als werkend fotograaf, met op de voorgrond haar kinderen. Een liefdevol gezinsportret. “Ik had graag meer kinderen gewild maar mijn man vond twee genoeg. Ik vond het moederschap heerlijk.” Ook voelt Margriet zich een seksueel wezen. Haar werk rond dit thema laat zien dat zij er als vrouw in álle hoedanigheden wezen mag.

De opstelling

In het atelier staat, net zoals haar schrijfkamer op zolder het middel waarmee ze haar bloemstillevens schept: een ondiepe glazen bak met daarboven een spiegel waarin zij een laag water en vazen met bloemen zet en doeken boven drapeert. Door het water letterlijk te beroeren ontstaan rimpelingen op de foto. Van een eenvoudig proces is geen sprake. “Het kost enorm veel tijd om te komen tot de juiste compositie,” vertelt Margriet. “Het komt zelfs zo nauw dat mijn talentvolle assistentes hoezeer zij hun best ook doen het niet voor elkaar krijgen om uit te beelden wat ik in mijn hoofd heb.”

Symboliek

Wanneer raakte zij in de ban van bloemen? “Als kind al tekende ik veel bloemen en ik knipte de rozen uit mijn moeders rozencatalogus. In 1997 begon ik met een serie van bloemportretten met één bloem in één vaas. Net zoals dames kijken welke jurk het beste past zo kijk ik welke bloem het beste in de vaas past. Daarna wilde ik weer de wijde wereld in en in 1999 zag ik een tentoonstelling in het Rijksmuseum van 17e-eeuwse stillevens gemaakt door Wouter Kloek en Alan Chong. Na het zien van de weelderige stillevens begon ik de eenzame bloemen bij elkaar te zetten en gingen ze met elkaar spelen. Voor de opdracht van Randstad en de zelfportretten gebruikte ik de spiegel op de tafel. Pas later is er water bijgekomen. In 1999 begon ik de eenzame bloemen bij elkaar te zetten en gingen ze met elkaar spelen. In de 17e-eeuwse bloemstillevens staan bloemen feestelijk bij elkaar in de vaas; ik wilde ze omgooien. Ze moesten gaan zwemmen. Niet zo braaf en vast in een pot. De composities werden voller en meerduidig.” De bloemen in haar werken staan symbool voor vrouwen. “De kracht van bloemen roert me. Bloemen vragen zich niet af wie de macht heeft. Ze groeien en bloeien gewoon.”

Daarnaast begint Margriet na verloop van tijd ook naakte vrouwenlijven in haar foto’s af te beelden. “Ik raakte in 2018 geïnspireerd door de plafond­ontwerpen in een Rubens-tentoonstelling in het museum Boijmans van Beuningen. In een van mijn handgeschreven boekwerken heb ik gepend: “ik wil dat de vrouwelijke creatieve krachten bejubeld worden door vrouwen die samen van hun krachtige lijven genieten. Graag meer van dit soort godinnen die vergezeld door bloemen door het glazen plafond vliegen. Een ode aan spelen, groeien en vruchtbaarheid. Ik wil graag meer plafonds maken zoals ik in Rheine an der Ems gemaakt heb, maar ook in Dansschool El Corte aan de Graafseweg.”

Margriet vervolgt: “Voor een van mijn werken, Ludamus (Laten we spelen) dansten drie danseressen boven mijn waterspiegel. Zwierend kwamen zij op de foto te staan tussen alle bloemen en het bewegende water. Het bewegende water staat symbool voor leven en vruchtbaarheid. Alleen door onbekommerd samen te spelen en elkaar te dragen, al kijkend naar wat er ontstaat, kan de creativiteit stromen.” Ook beelden de bloemen – vaak tulpen – emoties uit, waar­onder extatisch geluk maar ook rouw. In de voor kunstenaars lastige coronatijd beelden judaspenningen pecunia, of beter gezegd, het gebrek aan inkomsten in een van haar werken uit. Tot slot laat Margriet werken zien met andere attributen, waaronder uitgelopen aardappelen die door de vervreemdende effecten in de waterbak eruit zien als een magisch sterrenstelsel. Ook past de kunstenares opgezette dieren toe, levende vissen en eenmaal zelfs een levende slang. Wat de werken gemeen hebben, is dat het lijkt alsof je diep wegkijkt in een ander universum.

Chaos en vergankelijkheid

“Ik zet bloemen niet netjes gerangschikt neer zoals je dat als braaf opgevoed meisje leert. Ik gooi alles telkens om en verwerk ook verwelkte bloemen. De wereld is niet ordentelijk, maar chaotisch en vergankelijk.” Margriet ziet razend snel allerlei associaties. “Ik kan alle kanten op nadenken. Vaak gaat het dan om teveel informatie tegelijk, maar ik vind het tegelijkertijd interessant dat er zoveel te beleven en te zien is.”

Door spiegels bij het fotograferen te gebruiken, creëert zij meerdere lagen die – anders dan in een coulisselandschap – samenvallen tot een oneindige ruimte. De weelderige, wulpse bloemen, intense kleuren, de rimpelingen van het oppervlak en de zwoel gedrapeerde achtergrond lijken te dansen en maken het stilleven bewégelijk. Door deze samenkomende lagen en enorme hoeveelheid en intensiteit aan schoonheid kan het de kijker duizelen voor de ogen. Het soort duizeligheid waardoor de fijnbesnaarde Dorothea uit de Victoriaanse roman Middlemarch flauwviel tijdens haar huwelijksreis in het oude, libertijnse Rome, waarvoor zij voor het eerst haar sociaal-gecontroleerde geboorte­dorp had verlaten. Margriet geeft de memento mori-­gedachte achter de 17e eeuwse schilderijen die haar ooit inspireerden een 180 graden-twist in haar werk: “Vroeger mocht je alleen in het hiernamaals gelukkig zijn. Nu mag je ook op aarde gelukkig zijn. Mijn boodschap is: ondanks dat alles vergaat, is er zoveel schoonheid. Geniet ervan.”

Margriet komt terug op het tijd­rovende aspect om te komen tot de eindcompositie die de kijker maximaal beroert. “De compositie is niet zo willekeurig opgezet als je denkt,” verklaart Margriet. “De bloemen zijn zorgvuldig gekozen en de glazen vazen heb ik allemaal speciaal laten maken door een glaskunstenaar. De bloemen en de vazen gaan een wisselwerking aan met elkaar. Soms valt de herkenning van de vazen helemaal weg in het beeld.”

Eenvoud in complexiteit

Eigenlijk vormen alle elementen een precies uitgedokterd geheel waarin grove kracht en fijngevoeligheid, overdaad en stilte, vrolijkheid en verdriet, beklemming en vrijmoedigheid, details en doortastendheid, geboorte, bloei, verval en dood moeiteloos bij elkaar passen. Ze laat BEP op haar computer een van haar plafondstukken zien in de Ems-galerie in het Duitse Rheine. Het bestaat uit een groot driedelig werk met de afbeelding van bloemen aan het plafond, genaamd Quelle (Bron 11x23m), Strömung (Stroming 9x18m) en Mündung (Monding 6x18m). Het leven in een notendop.

Nijmegen: home sweet home

Alhoewel Margriets werken over de hele wereld hangen, koestert zij nog een bijzondere wens voor dicht bij huis. “Ik zou nog wel eens een groot werk op willen hangen onder stadsbrug De Oversteek met allerlei mooie bloemen hopend dat mensen meer respect krijgen voor de bijzondere vegetatie die langs de rivier groeit. Maar vooral: een eerbetoon aan mijn stad Nijmegen.”

Margriet Smulders