Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
Open keuken, open hart
In de Nijmeegse Marikenstraat zit Bakkerij KoekKoek. Beroemd om de brownies, bijzonder om de missie: zorgbakkerij KoekKoek biedt jongeren met een psychische kwetsbaarheid leer- en werkervaring. Chris Zylicz is de bedenker en oprichter en levert misschien wel het belangrijkste ingrediënt: oprechte aandacht.
Wat is het idee achter jullie bakkerij?
“KoekKoek is een zorgbakkerij. Jongeren die zijn uitgevallen op school of vastlopen, door bijvoorbeeld depressie, angst of autisme, leren hier wat je nodig hebt om mee te doen op het werk: op tijd komen, omgaan met feedback, plannen, jezelf ziekmelden. Niet om per se bakker te worden, wel om stevig te staan in een baan of opleiding. In gemiddeld anderhalf jaar bij ons zie je ze groeien. Heerlijk!”
Hoe ontstond het idee voor Bakkerij KoekKoek?
“Ik heb gewerkt in de geestelijke gezondheidszorg maar ik vond het vreselijk om volgens alle methodes en regels te werken. Toen ben ik banketbakker geworden. Maar ik mocht alleen aardbeien op taartjes leggen. Vreselijk. En toen dacht ik: ik ga het combineren!”
“Het idee achter KoekKoek is dat iedereen mee kan doen in de maatschappij. We werken hier bijvoorbeeld met ‘uitgestelde koffie’. Een klant kan een extra kopje koffie of een stukje taart afrekenen, dat schrijven we een op post-it en die hangen we in de etalage. Mensen die geen geld of weinig geld hebben, kunnen die pakken en inruilen voor de koffie of taart. We leren onze jongeren zo dat iedereen gelijk is en gelijk behandeld moet worden. Want voor ons maakt het niet uit wie het product heeft betaald.”
Hoe loopt de bakkerij?
“Heel goed. We bestaan nu vijf jaar. In het begin was het heel hard werken om cliënten te krijgen van zorginstanties. Die vinden het heel spannend om cliënten door te verwijzen als je nog niet bekend bent. Maar inmiddels hebben we een wachtlijst. Wij werken met jongeren met een normale tot hoge intelligentie met arbeidsmarktperspectief. Ze werken zo zelfstandig mogelijk, met twee begeleiders op vier jongeren. De begeleiders helpen ook klanten en doen de afwas.”
“Ik vind het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de maatschappij”
Wat is het geheim van jullie succes?
“Wij werken transparant. We hebben een open bakkerij. Onze klanten kunnen onze jongeren zien en hoe wij met die jongeren omgaan. Wij verbergen niks. Ook naar onze jongeren toe zijn wij heel open. We hebben weleens jongeren die bang zijn dat we dingen zomaar aan hun ouders doorvertellen,
maar dat doen we nooit zomaar. Daar maken we vooraf heel duidelijke afspraken over. Daarnaast bieden we veel begeleiding, dus veel persoonlijke aandacht. Dat klinkt een beetje tegenstrijdig omdat ik net zei dat ze zelfstandig moeten kunnen werken. Maar twee begeleiders op vier jongeren is eigenlijk heel veel. Zorgtarieven zijn meestal gebaseerd op één begeleider voor acht jongeren. Omdat wij onze taartjes verkopen, kunnen we geld bijleggen. Op die manier redden wij het.”
Wat maakt jullie begeleiding anders?
“Wij zetten onze eigen ervaringen in. Als je dat op de juiste manier doet, dan kun je op een heel bijzondere manier contact maken. Je mag heel dichtbij komen. We merken dat wij echt een hechte band hebben met de jongeren. Ze kunnen overal over praten hier.”
“Zelf werk ik ook met mijn eigen verhaal. Ik ben vijftien jaar depressief geweest, vanaf mijn veertiende. Ik help de jongeren door mijn ervaringen te delen en het gesprek aan te gaan. ‘Herken je dit?’ ‘Zou je dat ook willen proberen?’ Ouders en kinderen mogen me altijd bellen. Maar dat betekent wel dat ik soms op een crisisafdeling kom en in heftige situaties die ook confronterend kunnen zijn voor mij. Daar heb ik mee om leren gaan. Dat had ik tien jaar geleden niet gekund.”
“Gelukkig zijn die zware gevallen uitzondering. Ik haal veel energie uit de dagelijkse begeleiding. Dat er een ouder staat te wachten omdat haar kind nog aan het kletsen is met de andere jongeren. En dan zegt: ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt, ze heeft nog niet eerder vrienden gehad.’ Dat die jongere voor het eerst ergens bij hoort, dat is prachtig.”
Waar ben je het meest trots op?
“Op de sfeer die wij neer hebben gezet. En op al die jongeren die uitgestroomd zijn naar een baan of opleiding. Wij stoppen er anderhalf jaar lang heel veel begeleiding in, en dat is meer dan de meeste plekken. Maar daardoor blijven ze daarna op hun plek zitten.”


Is dat ook gelijk een aan-sporing naar de rest van de jongerenzorg in Nederland?
“Ja, ik vind dat jongeren slecht behandeld worden in Nederland. Wij hadden een jongen bij ons in de dagbesteding die wachtte op een vervolgbehandeling. Het ging best oké met hem. Maar hij moest een jáár wachten op zijn vervolgbehandeling. In dat jaar is hij afgegleden en daar gaat het nu zo slecht mee dat we niet weten of het wel goed komt.”
Ligt dat aan de GGZ of de politiek?
“Allebei. In de GGZ wordt vaak in hokjes gedacht: ‘Je hebt borderline? Dan behandelen we dat.’ ‘Heb je óók een eetstoornis? Dan gaan we dat eerst behandelen.’ Combineer die behandelingen! Zie mensen als geheel.Wij doen hier niet zoveel met diagnoses, wij kijken naar de mens.”
“Maar de politiek, die maakt er helemáál een potje van. Mij maakt het niet uit waar het geld vandaan komt, als we maar voldoende hebben om te blijven bestaan. En ik overleef het wel als ik meer dan 40 uur in de week werk. Maar die jongere, die moet gezien worden. Ik had zo’n plek vroeger ook graag willen hebben.”
Wat heeft jou geholpen?
“Naast de juiste medicatie waren er therapeuten die míj zagen. Veel hulpverleners trekken meteen risico-plannen uit de la als je zegt dat je suïcidaal bent. Natuurlijk is veiligheid belangrijk, maar je kunt óók praten: ‘Wat denk je dan precies? Hoe voelt dat? Waarom zou je dat willen? Wat brengt het je?’ Zulke gesprekken voeren we hier wel. Dan zakken de schouders, er komt ontspanning, en het wordt minder eng om het te benoemen.”
“Dat contact mis ik heel erg in de zorg. Als ik vroeger aangaf dat ik me niet veilig voelde in mijn eigen lichaam, ging ik de isoleer in. Maar ik wilde geen afstand, ik wilde juist contact! Een therapeut zei ooit tegen mij: ‘Ik ben het er niet mee eens, maar je mag er wél over praten.’ En toen ontstond er ruimte.”
Wat brengt de toekomst?
Ik ben een boek aan het schrijven. Over hoe wij werken. Hopelijk inspireert het mensen om ons concept te jatten.”
En dat vind jij dan prima?
“Ja, graag juist! We hebben deze sociale ondernemingen hard nodig, want jongeren krijgen het steeds moeilijker. De politiek gaat niet veranderen in de nabije toekomst. Laten we het dan maar zelf gaan doen. Zelf willen we klein blijven, want juist de kleinschaligheid is onderdeel van ons succes. Maar misschien een extra filiaal in Elst of Arnhem?”
Waarom trouwens de naam KoekKoek?
“Het begon als woordgrapje. Een vriend zei: ‘Dat betekent dat je gek bent.’ Toen wist ik: dit wordt ’m. Zelfspot helpt relativeren.”
Nog tijd voor vrije tijd?
“Tegenwoordig wel. In het begin werkte ik zeven dagen per week. Nu ik een relatie heb, neem ik bewust vrije tijd. En volgend jaar gaan we trouwen!”
Wie gaat de bruidstaart maken?
“De jongeren natuurlijk!”



