Geboren en getogen in Nijmegen was het vroeger heel normaal dat je ouders een moestuin hadden. Geen hippe keuze, maar pure hobby, met als prettige bijvangst een functionele oogst. Die van ons lag aan de Kapittelweg. Precies daar waar nu het moderne HAN-gebouw voor Applied Sciences staat, verbouwden mijn ouders in de jaren 80 hun groente en fruit. Mooie, overzichtelijke moestuintjes, afgezet met kippengaas, smalle paadjes tussen de verschillende gewassen en een kraantje centraal geplaatst, van waaruit waterslangen zich vertakten naar de tuinen eromheen. Regelmatig ging ik even mee om ’s avonds water te sproeien, aardbeien te plukken of een hele middag rode bessen te oogsten. Dat laatste was altijd wel een klusje, maar werd royaal beloond met liters bessensap die mijn ouders dan maakten. Het proces van het ritsen van de bessen, het koken, persen, afkoelen en invriezen zorgde ervoor dat we in de weken en maanden daarna heerlijke smoothies dronken. Aangezien zo’n besje bomvol vitamine C én antioxidanten zit, waren mijn ouders hun tijd al ver vooruit met het voorschotelen van superfoods aan hun kinderen.
Daarnaast verbouwden mijn ouders ook wortelen, bietjes, boontjes, aardbeien, rabarber en courgettes. Met de nadruk op courgettes. Eén zomer staat mij nog helder bij: de courgetteoogst was zó overvloedig dat mijn vader met joekels van courgettes thuiskwam. Het voordeel van deze groente, de neutrale smaak, bleek direct ook een nadeel te zijn. Omdat hij werkelijk overal in paste, werd de courgette liefdevol door mijn moeder door elk recept geblend en zo zagen we hem elke avond weer terugkomen op ons bord, in de vorm van blokjes, julienne, schijfjes of soep. Totdat we geen boe of bah meer konden zeggen tegen deze neutrale vriend en ons weer opgelucht stortten op de bessensmoothies.
En zoals dat met alles gaat, herhaalt de geschiedenis zich. Dus toen ik vorig jaar van mijn buurvrouw een klein courgettestekje kreeg, was ik oprecht verrukt. Zou het mij ook lukken om deze imposante groente te kweken? En jawel, nadat eerst de zachtgele bloemen bloeiden, verschenen algauw de eerste courgettes. Verbazingwekkend hoeveel er uit één stekje kwamen, en vooral hoe snel ze groeiden. Ik verdiepte me in de plant en ontdekte dat hier echt geldt: size does matter, dus oogst op tijd. Laat je ze langer zitten, dan groeien ze uit tot ware reuzen en worden ze minder smaakvol.
Maar hoe snel we ook oogstten, we kregen het niet weggegeten en al snel ontstond er een overschot, waarbij ik natuurlijk een extra exemplaar aan mijn ouders schonk. Mijn moeder glimlachte, nam ’m dankbaar aan, twijfelde geen seconde en heeft ’m diezelfde avond nog vakkundig en onzichtbaar door hun avondeten verwerkt.



