Met een heel weekend voor me word ik zaterdagochtend rustig wakker. Geen afspraken, geen sport. Dit weekend helemaal niets, heerlijk! En toch schuurt er iets.
O ja: iemand vertelde gisteren terloops dat ze vandaag met haar dochter naar de open dag in Maastricht gaat. Ik baal dat ik het hele zwikkie aan open dagen niet scherp heb. Waar begin je überhaupt, als je zoon “iets met bio” wil en er zo’n kleine zeventien studentensteden zijn? Ik tik mijn vriend aan: “Die open dagen hebben we niet echt scherp, hè? Volgens mij is vandaag Maastricht; die willen we toch niet missen?”
We halen onze zoon erbij. Die lag vannacht pas na twee uur op bed en wordt nu in allerijl uit zijn slaap getrokken. Zijn 1 meter 85 ploft tussen ons in op het grote bed. En ineens vraag ik me af waar de tijd gebleven is. Het leek toch gisteren dat hij óók rond dit tijdstip tussen ons in kroop, slaapzakje aan, klaar voor zijn ochtendfles.
Hoe dan ook, wij gaan in de ouder-actie-stand. Als we nu opstaan, kunnen we over dik een uur aansluiten bij de eerste ronde Sustainable Bioscience, daarna door naar Biomedical Science.
“Dus laten we nu opstaan,” zeggen we gehaast.
Er volgt een diepe zucht tussen ons in. “Ik weet niet wat dit precies is,” zegt hij, “maar ik hoef hier echt niet heen. Sustainable heb ik in Utrecht al aangehoord. Dat wordt ‘m niet. Biomedical gaat te veel richting geneeskunde. Ik heb al besloten dat ik me ga richten op Biologie of Molecular Life Science, in een paar verschillende steden. En die open dagen ga ik met de jongens wel bezoeken.”
We kijken elkaar aan. Verrek. Hij heeft het allemaal prima op orde. Hij heeft het overzicht. En precies daar gebeurt iets herkenbaars voor veel ouders: je hebt zelf al jaren geen FOMO meer; die zucht van vroeger, dat gevoel dat je overal bij moest zijn, is weg. Maar voor je kind?
Daar bestaat een heel eigen soort FOMO. Een soort ouder-FOMO, een onrust die aanslaat zodra je denkt dat híj iets belangrijks zou kunnen missen. Niet omdat je zelf naar Maastricht wil, maar omdat je wilt dat hij straks nergens spijt van heeft. Dat hij geen studiekans of mooie stad laat liggen.
Gek eigenlijk: hoe je rustiger wordt over je eigen leven, hoe onrustiger je wordt over dat van hen. Maar vandaag word ik vriendelijk en liefdevol gecorrigeerd door de enige die dit echt hoeft te bepalen. Vandaag is een gevalletje JOMO: Joy of Missing Out.
“Mag ik nu weer slapen?” vraagt hij, terwijl hij terug naar boven slentert. Vier uur later komt hij beneden voor het ontbijt en zegt droog: “Wat was dat nou vanochtend? Stress toch om niks.”



