Geen vader leeft voor eeuwig: boek over rouw en dertigers
Doneer, draag bij of support. Geen vader leeft voor eeuwig – hoe dertigers leven met het gemis van een ouder’ is een boek over rouw bij dertigers. Het gaat zelfs specifiek over dertigers die voor of in hun 25e levensjaar (jongeren) één ouder hebben verloren.
Voor dit boek sprak Simone Vos met dertig dertigers over hoe het is om met één ouder op te groeien en welke impact dat nu heeft. Het zijn dertig portretten, aangevuld met drie experts op het gebied van rouw en jongeren. Ook Simone’s eigen verhaal komt aan bod, in het voor- en nawoord. Bij elk verhaal hoort een illustratie van een illustrator uit Nijmegen of Brabant.
Waarom een boek over dertigers en rouw?
Omdat rouw niet in een rechte lijn verloopt, maar juist in verschillende fases in je leven weer heel relevant wordt. Een huis kopen, kinderen krijgen (of niet?), een nieuwe baan, een toffe reis; juist in die dertiger-jaren zijn er heel veel nieuwe ontwikkelingen die je doormaakt.
En: je bent je ook bewuster van deze ontwikkelingen en hoe mooi het zou zijn om dat te delen met je ouder. Eigenlijk is het allemaal heel logisch, maar toch lopen er veel dertigers tegen aan. Net zoals ikzelf.

Waarom schrijf ík dit boek?
Ik ben Simone Vos, freelance journalist en cultuurwetenschapper. Ik schrijf met enige regelmaat al over rouw voor diverse opdrachtgevers als de Gelderlander, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. Recent verscheen er een artikel over rouw en wandelen van mijn hand in ZIN Magazine. Mijn afstudeerscriptie ging over de rol van muziek bij rouwbegeleiding en ik schreef artikelen voor EO Ik mis je.
Wat is mijn rouwachtergrond?
Afgelopen jaar, op 10 september 2025, was het twintig jaar geleden dat mijn vader is overleden. Een jubileum, maar dan een omgekeerde. Dat zette me aan het denken; wat is er in die twintig jaar veranderd? En waarom voelt het in deze levensfase soms rauwer dan vroeger?
Naar mate ik hier met meer mensen om me heen over praatte, die ook een ouder hebben verloren, merkte ik dat we allemaal min of meer tegen dezelfde zaken aan lopen.
Bijvoorbeeld: ‘Op wie lijk ik nou eigenlijk? Er is nog maar een ouder over om je mee te vergelijken. Als je daar niet op lijkt, op wie lijk je dan?’. Je kunt het niet meer vragen aan de overleden ouder. Reflecteren op rouw van de jongere versie van mezelf lukt nu pas, dat is ook logisch, want nu kijk ik er letterlijk van een afstandje naar.
Voor mijn boek sprak ik onder meer ook met psychologe Carine Kappeyne van de Coppello en rouwdeskundige Daan Westerink hierover. In hun werk zien ze dat juist in deze levensfase, waarin veel nieuws ontstaat, er daardoor ook weer oude pijn en verdriet omhoog kunnen komen.
Juist een nieuwe stap vooruit, benadrukt het gemis van diegene die er niet meer is en het wel had moeten meemaken. Dat blijft je hele leven zo, maar op sommige momenten plopt het gemis wat meer op. Dat gegeven, en het feit dat ik lang niet de enige ben met deze gevoelens, maakt dat ik een boek schrijf. Voor herkenning, erkenning en verbinding.



