Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
Zeventien was Sieneke Baum-Peeters toen ze meedeed aan het Nationaal Songfestival in februari 2010. En op achttienjarige leeftijd betrad zij het podium van het Eurovisie Songfestival in Oslo. Groen als gras, voor het eerst zonder haar ouders in het buitenland en met als voornaamste katalysator ‘het’ levenslied. Een genre dat als rode draad door haar eigen bestaan vloeit.
“Niet dat ik uit een muzikale familie stam”, licht Sieneke toe. “Maar naar liedjes van Marianne Weber, Corrie Konings, Frans Bauer en andere volkszangers luisterden wij als familie altijd. De melodie en teksten van deze artiesten maakten van kleins af aan indruk op mij. Vooral omdat ze toegankelijk waren. Zo kon ik me als jongvolwassene o.a. herkennen in teksten die gingen over liefde, verdriet en spontaan geluk. Hierdoor geïnspireerd, ging ik zelf zingen. Zingen als uitlaatklep, maar ook om anderen te inspireren en te raken. Zo trad ik, ongeschoold maar uit pure hobby, op bij feestjes en partijen. Zonder ambitie of plan, maar gewoon omdat ik er energie van kreeg en zag hoe anderen hiervan genoten.”
En hiervan genieten deed Marianne Weber op een feestje van gemeenschappelijke vrienden en kennissen van Sieneke (toen zestien). Zij gaf aan onder de indruk te zijn en dat zij ons contact verder wilde uitbreiden. Ik was hier ondersteboven van. Op de eerste plaats omdat Marianne Weber een groot voorbeeld voor mij was, ten tweede omdat ik in feite geen plan of missie had om ‘door te breken’ als zangeres maar nu onverwachts en onvoorbereid een bijzondere toekomst voorgeschoteld kreeg.”
Op het moment dat Sieneke door Marianne benaderd werd, woonde zij (zoals nu) in Nijmegen- Lindenholt en volgde de kappersopleiding aan het ROC. “De toekomst had ik bepaald niet uitgestippeld, maar veilig en vertrouwd in Lindenholt, als kapper in spé, had ik alle vertrouwen in een stabiele en solide basis. Maar dat die toekomst zo’n wervelwind zou worden, kon ik op dat moment niet voorzien.”
Een kwestie van timing, een kwestie van geluk of ‘gewoon’ van gelukkige omstandigheden: Niet de NOS, maar de TROS mocht in 2010 het Nationaal Songfestival organiseren. De TROS, met een grote passie voor het Nederlandstalig volksrepertoire benaderde een vijftal Nederlandse artiesten om een eigen invulling te geven aan liedjes die door Pierre Kartner geschreven en gecomponeerd waren. “En die bekende Nederlandse vertegenwoordigers van het levenslied mochten een protegé voordragen. Marianne, die mij toentertijd omarmd heeft en als coach begeleidde, was er van het prille begin van overtuigd dat ik geduld moest hebben en dat er een bijzondere aanleiding zou komen voor mijn debuut. Steeds gaf zij aan dat zij een rotsvast vertrouwen in mij had en dat zij alle zeilen zou bijzetten om mijn carrière een boost te geven. Bekend is mijn bijdrage aan het Songfestival: ‘Ik ben verliefd’ (Sha-la-lie), maar ongetwijfeld minder bekend, is dat het idee om een draaiorgel in te zetten als intro, van Marianne komt. Zij gaf aan dat als je Nederland vertegenwoordigt, dat je je ook typisch Nederlands -en met trots- moet profileren. Daarnaast vond zij het belangrijk dat ik -zo jong als ik was- over iets zou zingen wat bij mij paste, iets wat aansloot bij het leven van een zeventienjarige. En zo zong ik over die eerste liefde, over die eerste kus. Nu ik ouder word (nu 30), merk ik dat het gemakkelijk wordt om mijn repertoire uit te breiden met liedjes over andere, bredere en meer ingewikkelde emoties en ervaringen. Juist daartoe leent het levenslied zich zo goed: als platform voor alles wat we voelen, meemaken en moeten doorstaan. In die zin biedt het levenslied herkenning, bevestiging en troost. Wat je ook meemaakt, je voelt je minder alleen en zelfs gesteund als je je waant in de teksten van bekende volkszangers als Weber, Konings, Bauer en al die anderen die universele gevoelens en emoties weten te vertolken in de veelzijdigheid en toegankelijkheid van onze moerstaal.”


Zit je in een bus of trein dan zijn de blikken op beeldschermen gericht. Niet op elkaar.
Nu ze dertig is, ervaart Sieneke meer de behoefte om stil te staan en bewust invulling te geven aan haar vervolgtraject: “Ik ben door toeval en onverwachte omstandigheden in een wereld beland die me meer dan lief is. De start van mijn carrière was in die zin een doorbraak, maar ook een vuurdoop in de ‘grotemensenwereld’ en wel op heel jonge leeftijd. De tijd is wat mij betreft rijp om bewust invulling te geven aan de toekomst. Er is in een korte tijd heel veel gebeurd: jong, bevlogen, maar relatief onervaren brak ik door als zangeres dankzij mijn debuut op het Songfestival. Inmiddels getrouwd en moeder van twee kinderen (4 en 7 jaar) ontstaat de behoefte om zelf de regie te nemen. Wat vind ik belangrijk? Hoe wil ik verder invulling geven aan mijn carrière? In die zin bood corona de tijd om het kompas voor de toekomst uit te zetten. Je wordt door de omstandigheden meer op jezelf teruggeworpen. Er is een spreekwoord dat luidt ‘door te vertragen, krijg je grip op de tijd’ en zo heb ik dit ook ervaren. Zo heb ik altijd gedroomd van een theatertour. Als gastartiest van Frans Bauer heb ik hier pre-corona deels invulling aan kunnen geven. En gelukkig hebben we dit samen kunnen afmaken in de loop van dit jaar. Zo makkelijk als het organisatorische leventje thuis met de familie was ten tijde van corona, zo ingewikkeld bleek dit weer toen alles openging en we weer mochten optreden. Ik was domweg vergeten wat een organisatiekluif het is om dit allemaal voor elkaar te krijgen. Al kan ik me gelukkig prijzen met een partner die niet alleen ondersteunend is, maar ook heel flexibel.”
En wie Sieneke misschien niet kent als zangeres; zij heeft hoge ogen gegooid tijdens haar deelname aan Expeditie Robinson. En velen kennen en herkennen haar -dus- van dit programma. “Toegegeven ik heb er als een berg tegenop gezien om me te redden in deze omstandigheden en wel twaalf dagen. Al was ik enorm gedreven om hier een succes van te maken. Dit omdat ik me o.a. realiseer dat we leven in een digitale wereld en dat het fenomeen ‘contact’ op een laag pitje suddert. Kijk om je heen: zit je in de bus of trein, dan zijn de blikken op beeldschermen gericht en niet op elkaar. En dus is er geen contact of gesprek. Ik wilde de uitdaging aangaan om op elkaar aangewezen te zijn, om op elkaar te moeten en te kunnen vertrouwen en intensief contact te hebben. Daarnaast heeft deze ervaring mij geleerd dat je in feite heel weinig nodig hebt in het leven. Als je je veilig voelt, als je te eten en te drinken hebt en je bent in goed gezelschap, dan functioneer je niet alleen, dan floreer je! Ik probeer dit minimalistische gevoel vast te houden. Al is dit in de praktijk best ingewikkeld. Wil je iets in de agenda inplannen, bankieren o.i.d., dan word je hoe dan ook afgeleid door pop-ups van social media, reclames, etc. etc. Minimalisme is een groot goed, maar dit wordt ons in de praktijk helaas heel moeilijk gemaakt.”
En? Post-corona? Na ruimte, inzicht, mijmertijd en -zoals gepland- het continueren van de theatertour met Frans Bauer? Waar en hoe gaat Sieneke verder invulling geven aan die carrière die op een bijzondere, onverwachte wijze begon? “Het levenslied wordt in toenemende mate enthousiast onthaald en ik kan me -naast de bekende artiesten die dit genre groot hebben gemaakt in Nederland- verheugen op veel jonge, enthousiaste vertegenwoordigers. Op dit moment focus ik me volledig op mijn solo-repertoire en ik laat me hierbij graag inspireren door internationale volkszangers, zoals Spaanse en Portugese. Het levenslied kent -buiten de taal- geen grenzen.”


