Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Elma Vriezekolk
Fotografie:
Voordat we met het interview kunnen starten, legt Jeanne nog even aan haar collega uit hoe ze de mail het best kan formuleren. “Moet ik ‘u’ of ‘jij’ schrijven?” vraagt haar collega. “Ik gebruik ‘jij’, maar doe vooral wat voor jou goed voelt”, is het antwoord van Jeanne. Het interview kan van start.
Al van jongs af aan werken
Beide zussen werken al sinds ze jong zijn. Marleen begon op haar 11e al met een krantenwijk. “Maar niet de Gelderlander, want dan moest je ’s ochtends vroeg op.” Ze was tijdens de middelbare school al gefocust op werk. “Iedereen vertelde me dat ik naar het vwo moest, want dan kon ik meer verdienen. Dat heeft eigenlijk geen impact gehad.” Na allerlei verschillende bijbaantjes, van de supermarkt tot schoonmaker, kwam ze bij restaurant Lodewijk en New Dutch terecht. “Maar toen ik 21 werd, begon ik te twijfelen. Ik kreeg het gevoel dat ik een plan moest maken, misschien toch maar moest gaan studeren. Op dat moment zei mijn baas: je moet voor jezelf beginnen!” Nog geen half jaar later zag Bairro Alto het licht, midden in het centrum van Nijmegen.
De route die Loes aflegde richting de horeca, liep heel anders. “Ik had mijn toekomst helemaal uitgestippeld. Ik studeerde sociaalpedagogische hulpverlening en had een bijbaan in de psychiatrie. Daar zou ik carrière gaan maken. Ik had ook een bijbaantje bij Faber, achter de bar. Daar leerde ik mijn vriend Mark kennen, waardoor mijn hele omgeving opeens in de horeca zat.”
Loes hoorde van Mark over het City Park en ging samen met hem kijken. Het was mogelijk om het hotel op korte termijn over te nemen. Dat liet Loes zich geen twee keer zeggen. “Ik was meteen enthousiast en ben met mijn opleiding gestopt om me geheel op de zaak te storten. In 2013 werd dat hotel Credible.”
Jeanne van Ittersum is ooit gestart met Trash’ure Taarten vanuit de ambitie voedselverspilling tegen te gaan. Nu begeleidt ze ook vluchtelingen op de werkvloer of in hun zoektocht naar passend werk. Dat vraagt nogal wat anders? Jeanne: “Ja, dat vraagt zeker wel wat anders van me, maar we
hebben van het begin af aan beide missies gehanteerd. We wilden inderdaad de enorme voedselverspilling tegengaan, maar ook vluchtelingen in Nederland een gelijke kans geven.” Ondertussen vraagt ze of ik een koekje wil. Een koekje afslaan bij Trash’ure Taarten? Echt niet. Jeanne: “Die hebben ze vorige week voor m’n verjaardag gemaakt. Lief toch?”
In de keuken zijn Anton, Nada, Amal en Deema aan het werk. Inas is bezig met administratieve taken. Zij heeft haar opleiding in de keuken gevolgd, maar het beroep van bakker leek niet echt bij haar te passen. Ze heeft in Syrië een HR-opleiding gevolgd, dus Jeanne is gaan kijken of ze op dat gebied iets voor Trash’ure Taarten kan betekenen: altijd op zoek naar een passend vervolg dus. Jeanne: “Ik kan het ook niet over m’n hart verkrijgen om haar nu weer weg te sturen en dat ze weer in de uitkering terechtkomt. We kijken op welke manier ze aan ons HR-beleid invulling kan geven.”
Jeanne begon Trash’ure Taarten in 2018 samen met Bram, met wie ze op de middelbare school zat, en Anton, haar huidige partner. Na haar studie Milieukunde begon het idee te ontstaan en heeft ze samen met deze twee mannen het bedrijf opgezet. Eerst als stichting, nu als ‘commercieel’ bedrijf. ‘Commercieel’ tussen haakjes, want natuurlijk moeten ze ervan rondkomen, maar het doel is niet om financieel te groeien en winst te maken, maar vooral om meer mensen een baankans te geven en nog veel meer voedselverspilling tegen te gaan.
Label sociaal ondernemer
Jeanne: “We hebben geen officieel label van ‘sociaal ondernemer’. We zijn financieel onafhankelijk. Om het label ‘sociaal ondernemer’ te kunnen dragen, moet je aan allerlei (administratieve) eisen voldoen en dan heb je misschien wel kans op subsidies, maar daar maken wij dus geen gebruik van. We hebben wel leningen om bijvoorbeeld de (uiteraard elektrische) auto’s te kunnen bekostigen en dan moeten we al behoorlijk wat aantonen qua impact. Het is gemakkelijk om aan te tonen hoeveel geld een gemeente bespaart als wij iemand een jaar lang uit de bijstand houden. Het is lastiger aan te tonen dat je op langere termijn een positieve beweging in gang zet. We hebben wel het label ‘Harrie’ gekregen. Dat is een keurmerk, waarmee je officieel job coach kunt zijn van onze doelgroep. We begeleiden nu zo’n 25 mensen per jaar.”
Deema, Amal, Nada en Anton in de bakkerij
Jeanne: “Nada brengt in de ochtend de bestellingen bij onze klanten langs. Zij wilde voorheen wel als buschauffeur werken, maar bij alle andere organisaties kun je alleen maar fulltime in dienst komen. Dat was voor haar niet mogelijk. Bij ons kan ze dus halve dagen buschauffeur zijn en de andere delen bijspringen in de keuken, net wat er nodig is. En Nada bijvoorbeeld deed de BBL-opleiding ‘Food assistent’. Vanuit die opleiding ging ze vakkenvullen bij een grote supermarkt. Niemand sprak daar met haar, daar werd ze echt niet gelukkig. Viavia hoorde ze van ons bestaan en nu heeft ze hier een vast contract. Mijn vriend Anton is altijd kok in de zorg geweest. En een goeie ook, hij won daar zelfs prijzen. Nu staat hij de hele dag in de keuken te bakken met onze collega’s. Zelf kan ik niet bakken, voor geen meter! Ik help af en toe wel met het decoreren, maar meer ook niet.” En als Anton jarig is, dan bak ik thuis de taarten, zodat hij even een dag niet hoeft te bakken. Maar wel gewoon iets makkelijks hoor.
En tot slot Bram, de andere partner, is onze digitale man. Hij beheert de website en alles wat mij technisch boven de pet gaat.”


Zelf kan ik niet bakken.Voor geen meter!
“Wij bieden echt iets anders dan de grote ketens”
Jeanne: “De verkoop van ons gebak is onze enige inkomstenbron. En we hebben natuurlijk een investeringskapitaal om bijvoorbeeld het elektrische vervoer te kunnen betalen. Om goed rond te kunnen komen hebben we een minimaal verkoopvolume nodig en dat halen we nu.
Tot nu toe had ik ook nog een baan voor twee dagen ernaast, maar na de zomer kan ik me volledig op Trash’ure Taarten storten. We hebben nu ook wat financiële ruimte om mensen een vast contract aan te bieden, dat voelt echt goed.
Het is wel flink concurreren hoor! Klanten willen toch vaak een snel, betaalbaar product ontvangen. En we worden daarin wel eens vergeleken met de grotere ketens. Daar kunnen we domweg niet mee concurreren, wij bieden echt iets anders. Toch proberen we het prijsniveau zo aantrekkelijk mogelijk te houden.
Gelukkig hebben we ook veel klanten die dat waarderen en met name de particuliere klanten, die hoef je dit eigenlijk niet uit te leggen. Dat zijn wel klanten die genoeg te besteden hebben, daar moet ik eerlijk over zijn. Maar onze tompoucen liggen bijvoorbeeld voor € 4,90 in de stad, terwijl wij er zelf maar € 1,60 voor krijgen. Die marge is voor de horeca in de stad, maar dat weet een consument natuurlijk vaak niet.”

Producten
Jeanne: “We halen onze reststromen met name uit de regio. We betalen wel gewoon voor de producten, behalve als we iets aangeleverd krijgen waar nog heel veel sorteerwerk voor nodig is. Producten als wortels krijgen we in hele grote hoeveelheden. Die maken we direct klein (schaven) en dan gaat dat de vriezer in. Net als rood fruit. In de aardbeientijd krijgen we wel 600 kilo aardbeien in 1 keer. Daarna volgen de peren en daarna weer de pompoen. Mooi seizoensgebonden gebak dus.”
Omgaan met tegenslag
Jeanne: “Ik kan goed omgaan met tegenslag. Ik voel het natuurlijk wel, maar ik kan dan ook weer een knop omzetten en doorgaan. We hebben nu zoveel geïnvesteerd in dit mooie bedrijf, dat wil je dan ook niet zomaar opgeven. Ik vraag me weleens af ‘Waarom ben ik toen niet gestopt?’ Het scheelt ook dat we met z’n drieën zijn en dat er nu mensen financieel afhankelijk van ons zijn. Dat geeft een andere verantwoordelijkheid. Je doet het niet meer alleen voor jezelf.”


Ik merk dat ik het vooral in m’n eigen tempo doe
Samenwerken met je levenspartner
Jeanne: “Ik woon samen met Anton in Wijchen. Inmiddels twee jaar. Het is nog steeds niet af, maar dat is niet zo erg, want we zijn er toch bijna nooit. We stappen iedere ochtend om zeven uur of eerder samen in de auto naar het werk toe. En tegelijk weer naar huis: samen uit, samen thuis. Overdag zien we elkaar niet per se heel veel, want we hebben echt andere taken. Anton noem ik de backoffice, dus alles wat er in de bakkerij plaatsvindt en hij doet de boekhouding. Ik verzorg de frontoffice, dus acquisitie, leveranciersgesprekken, gesprekken met kandidaten voor de begeleiding. En de socials? Die doe ik ook zelf.”
Altijd maar succesvol?
Jeanne is heel zichtbaar op de socials en deelt daar haar mooie successen. Alleen maar successen? Jeanne: “Ja, erg hè? Ik deel alleen maar wat er goed gaat en wat leuk is om te delen. Ik vertel eigenlijk nooit dat we eens een keer een slechte dag achter de rug hebben. Eigenlijk wel vreemd, want als een ander zich naar mij kwetsbaar opstelt, dan kan ik me daar veel sneller aan relateren, dan wanneer alles altijd maar goed gaat. Maar onze klanten zijn vaak positief en verbaasd over dat ons gebak niet zo zoet is en juist fruitig. We gebruiken zo min mogelijk suiker en het gebak is voor veel diëten en allergenen geschikt. Dat heeft heel positief uitgepakt.”
Businesscoach
Jeanne: “Ik heb me de afgelopen jaren door veel mensen laten adviseren en ik merk dat ik het vooral in m’n eigen tempo doe. Zoals het advies om te gaan leveren aan de groothandel of supermarkten. Dat komt misschien wel, maar nu even niet. Wij zijn een langzame olievlek. Het is best moeilijk wat we doen. Daarnaast hecht ik veel waarde aan wat er hier gebeurt met alle collega’s, dus gaat m’n aandacht daar ook vooral naar uit.”
Uit een ondernemersgezin
Jeanne: “Ik kom absoluut niet uit een ondernemersgezin en m’n ouders vonden het eerst ook maar niks. Ik zat in het begin nog in m’n studentenkamer en dan had ik wel eens extra ruimte nodig en gebruikte ik de schuur van m’n ouders. Daar waren ze dus niet blij mee. Ik heb er ook wel eens stiekem iets neergezet… mogen ze nu wel weten. Inmiddels zijn ze supertrots en ik ben ze ook heel dankbaar voor wat ze me hebben meegegeven. Mijn vader trakteert nu natuurlijk ons gebak op z’n werk, met de visitekaartjes erbij. Mijn opa’s en oma’s begrepen het eigenlijk veel sneller. Dat waren vroeger ook boeren, dus ondernemers. Het beroep van ‘bakker’, daar konden ze meteen wel iets mee.”
Dromen
Jeanne: “Ik droom ervan dat er nog vele Deema’s, Nada’s en Inas’ mogen volgen. We hebben zoveel plezier met elkaar. We willen zeker wel groeien, maar dan vooral om meer mensen een kans te kunnen geven en onze missie verder uit te breiden. Dan kunnen we op nog meer vlakken bijdragen aan duurzaamheid, bijvoorbeeld door verpakkingsvrij te werk te gaan. Voor onze klanten willen we het zo compleet, kloppend maken. Een duurzaam imperium bouwen.”



