Toen ik in ’96 als student in Leeuwarden woonde en mijn hotello-vriendinnetje van haar ouders een mobiel kreeg “voor het geval dat”, was ik zwaar onder de indruk. Thuis vertelde ik het vol enthousiasme, waarop mijn vader rustig opmerkte dat dit zeker handig was in noodsituaties, maar we dit niet moesten willen voor ons werk. Immers: je zou altijd “in dienst” staan. Bijna dertig jaar later zie ik dat zijn waarschuwing een keurige voorspelling was van een wereld die überhaupt nooit meer uitgaat.
Ik ben me er pijnlijk van bewust dat ik moet minderen met mijn mobiel, maar ben tegelijk nog behoorlijk onbekwaam in het daadwerkelijk doen. I gave it a try: meldingen uit tussen acht en acht, een zwart-witscherm dat vooral depressing bleek, de NOS-app ingeruild voor Teletekst (aanrader!) en alle socials begrensd tot tien minuten per dag. Het liefst zou ik die laatste ook nog verwijderen, maar dat blijkt toch lastiger dan gedacht. ’s Avonds leg ik mijn telefoon in de keuken, zodat de afstand vanaf de bank z’n werk doet. En toch kom ik nog steeds uit op bijna twee uur per dag.
De kracht van papier was zo gek nog niet, al klinkt dat natuurlijk direct alsof mijn innerlijke boomer naar boven komt. Niet dat ik verlang naar papier, maar wel naar meer rust en minder ruis, die je alleen krijgt als je je scherm uitzet. Digitaal is fantastisch, maar we slaan er regelmatig in door, en ik merk dat ik dan lichte anarchistische trekjes krijg zodra ik wéér mijn telefoon moet pakken terwijl ik hem net aan de kant heb gelegd. Zo kreeg mijn dochter, toen ze zeven was, ineens een digitaal schoolrapport waar ik wel een beetje verdrietig van werd. Nog steeds print ik stug elke keer het hele digitale portfolio uit om het vervolgens in een klapper te stoppen, zodat ze het fysiek aan opa en oma kan laten zien.
En buiten mijn werk om kies ik privé ook voor dingen die niet opgeladen hoeven te worden, in de vorm van A5-boekjes. Compacte versies voor lievelingsrecepten, een exemplaar voor columnideeën, een vakantiejournal voor onze zomerhighlights, een vijfjarendagboek waarin ik dagelijks één zin noteer, plus een arsenaal aan to-doboekjes met gekleurd papier: ik heb ze in alle soorten en maten. Ze staan netjes in de kast, brengen structuur in mijn hoofd en geven directe voldoening zodra ik iets opschrijf of wegstreep. Ze trekken mij niet leeg, maar ik schrijf ze dus wel vol.
Hoe pak jij digitale detox aan? Vertel het ons 7 mei tijdens de BEP digitale detox avond. Uiteraard offline!



