Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
...op de intensive care en in de bossen Leven en dood, het zijn thema’s die in het werk van Odette Zonnenberg een grote rol spelen. Odette is intensive care verpleegkundige in het Radboudumc én ze is sinds acht jaar jager in natuurreservaat de Duivelsberg. “Mijn werk op de IC is heel mooi, daar is veel begrip voor. Het populatiebeheer op De Duivelsberg is moeilijker te begrijpen voor mensen. Dat snap ik wel, maar ik doe dat voor natuurbeheer, niet voor mijn lol.”
Als klein meisje ging Odette al graag de natuur in. “Ik kom uit Velp en woonde vlak bij de bossen. Ik ging dan met de honden van de hele buurt op pad en liep daarmee in het bos. Ik vond dat fantastisch”, vertelt ze. Later ging ze bij de padvinders en tijdens haar studententijd in Nijmegen was ze ook veel in de bossen in de omgeving te vinden. Na haar opleiding werd ze kinderverpleegkundige in het Radboudumc.
Inmiddels werkt Odette ruim 25 jaar op de intensive care in het ziekenhuis. “Op de IC kan het heel hectisch zijn, maar het gaat ook om de dagelijkse verzorging van de patiënten en het contact met de familie. Juist dat psychosociale stuk vind ik heel interessant. Daarnaast houd ik van de techniek die er op de afdeling bij komt kijken. Ik ben wel gehard door de jaren heen. Als er iets acuuts gebeurt, moet ik meteen handelen. Ik roep er natuurlijk een arts bij, maar bij een hartstilstand ga ik ook direct over tot actie. Als verpleegkundige ben ik nauw betrokken bij het hele proces.”
Jachtgebied beheren
Bij haar baan als intensive care verpleegkundige horen ook veel onregelmatige diensten. Daardoor kan ze haar andere passie, met haar honden wandelen en haar jachtgebied observeren en beheren erbij doen. Odette haalde acht jaar geleden haar jachtakte, waardoor ze in het gebied op De Duivelsberg aan populatiebeheer mag doen. Om die akte te behalen, deed ze een jachtopleiding van een jaar. Daarin leerde ze over natuurwetgeving, fauna en flora, welk wild op welke plek voorkomt, hoe om te gaan met haar wapen, hoe je schiet, observeert of een dier gezond is en hoe ze het jachtgebied beheert. Populatiebeheer is het beperken van de populatieomvang van een diersoort om te voorkomen dat de dieren schade aan flora veroorzaken of voor publiek belang (verkeersveiligheid).
Leven en dood liggen dichtbij elkaar voor Odette Zonnenberg
Observeren en melden
“Ik ben tachtig procent van de tijd zonder geweer in het veld, dan observeer ik het wild. Soms zit ik op een hoog zitje in de bossen, om het gebied te overzien. Ik ben zo’n drie tot vier keer per week in het bos en een keer per maand met mijn geweer. Dat meld ik dan altijd bij de politie, de andere jagers uit het gebied en Staatsbosbeheer. Zo weten alle instanties dat ik op pad ben”, vertelt Odette.
“In dit gebied is het alleen toegestaan om reeën en wilde zwijnen te schieten. Helaas zijn er veel wildaanrijdingen in de omgeving en hebben deze dieren geen natuurlijke vijand. In de bronsttijd kiest elke bok zijn eigen vrouwen en dan stoten ze de andere bokken in het gebied uit hun territorium. Daardoor is er veel valwild (aangereden dieren) op de weg”, zegt ze. “Elk jaar is er een telling en bepaalt de natuurorganisatie hoeveel afschot er mag zijn. Door die ree-telling en goede observatie van je gebied weet je hoeveel reeën er lopen en daarop wordt het afschot bepaald. Door toename van de aantallen reeën is ook het afschot toegenomen. Reeënbeheer is planmatig en dus duurzaam beheer.”
De komst van de wolf en lynx heeft volgens Odette en jagers die ze hierover spreekt, niet zodanig grote invloed dat er geen wild overblijft. De wolf mag in ieder geval niet bejaagd worden, deelt ze. “Hij is ook geen directe bedreiging voor de mens, zolang je op de paden blijft.”


Discussies in het bos
Het jagen maakt veel los bij mensen die Odette met haar geweer zien lopen. “Soms komen mensen op me af om te vragen wat ik ga doen. Vaak komt er een discussie en een keer kwam een man achter me aan om te zien waar ik ging zitten. Later kwam hij daar ook en maakte hij veel geluid, zodat het wild uiteraard niet tevoorschijn kwam. Hij dacht dat ik op dassen zou schieten, maar dat doe ik niet. “Die zijn beschermd, dat is verboden”, zegt ze. “Soms spreken mensen me aan als moordenaar of laten ze een anoniem briefje achter m’n autoruit achter. Dat blijft echt wel hangen. ‘Doe ik dan zoiets raars?’, vraag ik me dan af. Ik snap het ook wel dat mensen het niet begrijpen, maar het voelt voor mij echt als natuurbeheer. Ik doe alles wat volgens de wet mag. Ik wil ook in gesprek gaan, maar vaak staan mensen daar niet voor open. Ik respecteer hun mening, maar andersom is daar geen ruimte voor. En een ree is natuurlijk ook een dier dat er heel lief uitziet, dat maakt het nog lastiger.”
Vrouwelijke jager
Een vrouw die jager is, dat is minder gebruikelijk. Zeker acht jaar geleden was het bijzonder dat Odette de jagersopleiding ging doen. “Via Niels, mijn partner, ben ik ook in de jacht gekomen. Onze eerste jachthond was Dieke, een zweethond, een Alpenländische dachsbracke die we trainden voor de jacht. Ze ruikt aangeschoten wild. Ik nam een keertje de training in Duitsland met haar over en kwam toen met een wild zwijn oog in oog te staan. Ik had alleen een zakmes bij me en besloot toen dat het goed zou zijn om mijn jachtakte te halen. Inmiddels hebben we er nog een hond bij: Otto, een Bayerische Gebirgsschweisshund, die gaat ook mee op pad.”
Strikte regels
“Om te mogen jagen, heb je een eigen gebied nodig dat minimaal veertig hectare aaneengesloten moet zijn”, zegt Odette. Via-via kwam ze aan deze plek. In totaal zijn er zeven jagers in dit gebied. Haar wapen ligt, wanneer ze niet in het veld is, netjes achter slot en grendel in de kluis. “Ik mag het ook alleen maar meenemen van huis naar het jachtveld, onderweg kan ik niet even stoppen om boodschappen te doen. Dat is heel strikt”, vertelt ze.
“Ik observeer heel goed voordat ik de trekker overhaal. Ik wil niet dat het dier lijdt en schiet echt niet zomaar ‘hup’ even. Ik heb echt wel hartslag 110 en stress. Natuurlijk heb ik kennis en kunde, maar het is toch spannend. Het is mooi om in de natuur te zijn, ik doe het niet om het schieten. Natuurbeheer is het voor mij, waarbij ik het wild zelf mee mag nemen. Een vriend van ons slacht het. Ik doe alles volgens de regels, maar natuurlijk doet het mij ook echt wat.”
Wanneer Odette een dier heeft geschoten, zorgt ze ervoor dat het in het fauna registratiesysteem komt. Daarna haalt ze de organen eruit en laat die achter in de natuur, voor de roofdieren als de vos en buizerd. Ze legt die diep genoeg het bos in, zodat wandelaars er niet zomaar langs komen. De rest van het dier, neemt ze mee naar huis. “Jagen is voor mij geen plezier. Een plezierjacht is een boot, zeg ik altijd maar. Ik ga niet naar Afrika op trofeejacht. Daar heb ik geen behoefte aan. Ik doe het niet voor mijn lol, maar voor de natuur.”


