Het diende een maand als haar pied-à-terre. Het Besiendershuis aan de Steenstraat in Nijmegen. Een plek voor schrijver Tessa de Loo om nader kennis te maken met de stad, haar inwoners en verleden. Want één ding stond vast. Over Nijmegen zou De Loo een roman schrijven. Waarover wist ze nog niet. Al kwam ze na dag één eigenlijk al op dat idee, hét idee. Op weg naar de SPAR in de benedenstad.
Op de eerste dag in haar verblijf in de benedenstad pakte De Loo haar koffers uit. Want met groeiend enthousiasme had zij veel voorwerk gedaan over de eeuwenoude geschiedenis van Nijmegen. De Loo: “Na het lezen van teksten, het zien van oude prenten en beelden, stond het in ieder geval als een paal boven water dat die Nijmeegse benedenstad een juweel moest zijn. Met prachtige gebouwen, pleinen, trappetjes, steegjes. Met de allure van een Italiaans havenstadje, maar dan in Nederland, gelegen aan de Waal. Niet vreemd, dus, dat ik op die eerste dag, nietsvermoedend op weg naar de supermarkt, niet wist wat ik zag. Of, beter gezegd, wat ik niet zag. Geen historische, pittoreske panden en gebouwen, maar vooral karakterloze nieuwbouw. Wat is hier gebeurd, vroeg ik me af? Het idee voor mijn roman, ‘De stad in je hoofd’, komt hier vandaan: deze vraag én de antwoorden die ik in de loop van het onderzoeks- en schrijfproces hierop vond.”
Indrukwekkende geschiedenis
Uitgebreid legt De Loo uit hoe zij als buitenstaander warm onthaald is in Nijmegen. Van een voorstelling over Mariken van Nieumeghen op de Grote Markt, wandeltocht in de Ooijpolder, bezoek aan museum het Valkhof tot een tocht over de Waal in de Pannenkoekenboot. “Steeds in gesprek met bewoners en o.a. architecten, gemeenteambtenaren en historici die mij nader in contact brachten met de ware, indrukwekkende geschiedenis van de stad. Alleen al vanwege het
bombardement in de Tweede Wereldoorlog dat een historisch deel van de benedenstad verwoestte. Indrukwekkend ook, is de fase van sloop en wederopbouw die hierop volgde. Twan, de achtjarige hoofdpersonage in mijn roman, belichaamt de impact van beide.”




“Al heb ik het schrijven vooral geleerd door te lezen. Noem het leeshonger!”
Helden
Zo jong als hij is, voert Twan in de roman een privéstrijd tegen de vergankelijkheid. ‘Zijn leven was niet voor niets gered, hij moest daar iets tegenoverstellen… Hij mocht zijn ogen niet afwenden, moest elk detail in zijn geheugen prenten’ (p. 19). Dit doet hij in eerste instantie door te tekenen. Hij legt op papier vast wat verankerd moet blijven in zijn hoofd: zijn ouderlijk huis dat voor zijn ogen verdwenen is, daarna de andere historische huizen van de benedenstad waar hij nu woont. Twan legt vast om niet te vergeten. Later verzet hij zich met hand en tand tegen de aangekondigde sloop in de Benedenstad. De Loo: “Maar, zoals bij veel soorten verzet, stuit het protest van Twan en zijn medestanders op dove mansoren. Er is geen begrip voor de historische en culturele waarde van de benedenstad, noch voor de mogelijkheid van een respectvolle restauratie. Voor Twan betekenen de afwijzing van het gemeentebestuur en de daaropvolgende sloop – ook van zijn eigen huis – een terugkeer van het trauma uit zijn jeugd.”
Leeshonger
In de roman tekent en schetst jeugdige Twan om niet te vergeten. Zoals ook Tessa de Loo op jonge leeftijd al veel tekende en driftig aantekeningen maakte in een schriftje. Notities van wat ze om zich heen zag en hoorde. “Ik was een rustig, braaf meisje, eigenlijk. Bij ons thuis in Brabant was het een zoete inval en veel van mijn moeders vriendinnen kwamen langs om hun hart te luchten. Zo kwam het vaak voor dat er dingen besproken werden die niet voor mijn jeugdige oren bestemd waren, maar mij wel bereikten. En ik noteerde… Dozen vol met aantekeningen uit die tijd, dialogen, soms met een pikante strekking, heb ik nog. Wie weet wat voor bron van inspiratie deze nog te bieden hebben.”
“Al heb ik het schrijven vooral geleerd door te lezen. Noem het leeshonger! Op de Brabantse hei waar wij toen woonden, was het heerlijk klimmen en spelen in de natuur. Daarnaast was ik steeds op zoek naar een ander soort avontuur. Dat ik vond, vooral, in jongensboeken. Zeker niet in die melige, truttige meisjesboeken uit die tijd: Marjoleintje van het pleintje; Rineke, Tineke en Tante Loes…Brrrr. Ik ontdekte als kind dat je je door te lezen, in een andere wereld kunt wanen. En trof onder meer een wereld vol mannelijke helden, een wereld vol heerlijke avonturen die ik van de Brabantse hei niet kende. Al heb ik er mijn ogen helaas op vroege leeftijd mee verpest, met een zaklantaarn onder de dekens heb ik heel wat leesuurtjes doorgebracht. Al lezend maakte ik kennis met een grote, fictieve en fascinerende wereld waarmee ik mijn eigen fantasie en verbeelding voedde.”
Levensleesles
Het gesprek met Tessa de Loo vond plaats in haar huis in Zutphen. Met leerlingen van het Montessori College Groesbeek, eindexamenkandidaten havo van Agora, Mirle, Julia en Angelle. Een bijzondere kennismaking, ook voor hen, met literair coryfee Tessa de Loo die het belang van lezen, kritisch lezen en de Nederlandse literatuur aan de kaak stelde bij deze drie jeugdige lezers.
Wat namen ze mee naar huis?
Julia: Een happy end, zoals in sprookjes, is fijn en overzichtelijk, maar door een boek als ‘De stad in je hoofd’ zie je ook in dat er in het echte leven open wonden zijn die niet genezen kunnen.
Mirle: Een boek als dit kan je zo raken dat je het jammer vindt dat je het uitgelezen hebt. Er zit zoveel in dat je aan het denken zet.
Angelle: Dat hoofdpersonage Twan tekent en Tessa de Loo schrijft om de ruis in je hoofd een plekje te geven, herken ik. Dit doe ik namelijk ook.


