Van verloskundige in Japan naar kunstenaar met wereldwijde exposities De hele wereld reist ze over om haar tijdelijke kunst-installaties te exposeren in verschillende galeries en musea. Ook in Nijmegen vindt haar werk een plek. Veelal heeft het te maken met haar eigen verleden, de geschiedenis van een locatie, de afwezigheid van iets of iemand of met de natuur. De van oorsprong Japanse kunstenaar Keiko Sato maakt geen werk om te verkopen, maar om een verhaal te vertellen.
“Waar ik ben, daar maak ik mijn werk. Ik gebruik materialen uit de omgeving, zodat het past bij de locatie waar ik exposeer. Ik vind het gebruik van kapotte materialen en het proces van vernietiging heel fascinerend. Daar maak ik dan weer nieuw werk van. Ik maak bijna altijd tijdelijke installaties, waarbij het concept en het visuele effect belangrijk zijn”, vertelt Keiko. Ze woont inmiddels al bijna dertig jaar in Nijmegen en heeft haar atelier aan huis. “Ik licht een probleem uit dat in onze maatschappij speelt en heb bijvoorbeeld werk gemaakt over de kernramp in Fukushima. Daarin laat ik zien wat er aan de hand is, in de vorm van een kunstwerk.”
Opgegroeid in Japan
Keiko’s fascinatie voor de geschiedenis, natuur en het ‘kapotte’ komt grotendeels voort uit haar eigen verleden. Haar verhaal begint in Japan, in Namie-stad, dat vlak bij de kerncentrale van Fukushima ligt. In deze regio groeit ze op met haar moeder en familie. Op haar veertiende verhuist ze naar Fukushima-stad. Daar woont ze met haar moeder, stiefvader en zijn twee kinderen. “Ik vond tekenen en schilderen toen al leuk, vooral manga tekenen. Maar ik zag het helemaal niet voor me dat ik kunstenaar zou worden”, vertelt Keiko. “Mijn moeder wilde dat ik een goed beroep had. Dat ik onafhankelijk zou zijn en mijn eigen geld verdiende. Ze was van mijn vader gescheiden toen ik vier jaar was en heeft het zelf niet makkelijk gehad.”
Daarom volgt Keiko de opleiding tot verpleegkundige en later tot verloskundige. Ze werkt daarna ruim tien jaar in het Fukushima University Hospital. “Het was niet mijn droombaan, maar ik heb er wel echt van genoten. We werkten er keihard om een afdeling voor te vroeg geboren kindjes op te zetten, dat was heel bijzonder. Ik heb denk ik wel driehonderd baby’tjes op de wereld gezet. Soms was het ook moeilijk; juist in een universiteitsziekenhuis komen de gecompliceerde bevallingen binnen.”



“Nijmegen is wel de plek waar ik zie, voel en mensen ontmoet, waardoor ik geïnspireerd raak. Indirect werkt dat zeker door in mijn kunst”
Op je dertigste naar Londen
Op haar 23e komt Keiko in contact met een groep mensen die kunst maakt, filosofeert en over politiek praat. “Ik wilde iets naast mijn werk waar ik meer uit kon halen. Via-via kwam ik bij deze groep en ik was helemaal om. Ik leerde zoveel over kunst maken, maar ook over de geschiedenis van Japan en filosofie. Ik kon daar tekenen en schilderen en we hielden groepsexposities in cafeetjes. Ik raakte meer en meer geïnteresseerd in kunst, maar had echt niet het idee dat ik daar mijn werk van zou maken”, zegt ze.
“Ik las over kunst en kwam op een gegeven moment een advertentie tegen over een opleiding aan het Goldsmith’s College, Fine Art in Londen. Dat sprak me zo aan, dat ik me heb aangemeld. Veel Japanners willen graag naar Amerika om te studeren, maar ik wilde naar Europa. Dat vond ik leuk en interessant. Ik had mijn moeder niets verteld, totdat alles rond was. Op mijn dertigste vertrok ik naar Londen. Ik wilde een jaar gaan, had ook maar geld voor dat ene jaar, maar dat liep helemaal anders.”


Conceptueel denken
“Ik vond de opdrachten die we op de kunstacademie kregen, zo interessant. Het paste heel goed bij mij; we hoefden niet heel netjes te tekenen. Het was meer Bauhaus-stijl. Ik had geen traditionele kunstachtergrond, maar juist het concept is heel belangrijk. Ik maakte objecten van verschillende materialen; klei, brons, hout, gips. Het hoofd van de afdeling, Jon Thompson, regelde uiteindelijk dat ik langer mocht studeren in Londen. Hij zag dat ik keihard werkte en er veel plezier in had”, zegt Keiko. “Ik kreeg daar ook de mogelijkheid om met echte kunstenaars te praten. Er waren veel exposities waar zij op af kwamen en die ontmoetingen waren bijzonder voor mij.”
“Ik hield van experimenteren, maar wist niet waar het precies heenging met mijn werk. Tot ik op een dag iemand tegen een staande glazen buis in mijn installatie aanliep. De buis was helemaal kapot en dat was het voor mij. Die kapotte scherven brachten me op ideeën. Later besefte ik dat mensen sterven en verdwijnen. Dit is een natuurlijk proces dat we niet kunnen veranderen. Zoals in de natuur komt er altijd weer nieuw leven. Het werd een heel belangrijk idee van mijn werk”, zegt ze. “Het visuele effect is ook heel belangrijk. Zo maak ik installaties die de combinatie van machines en planten laat zien. We maken plastic, dat gaat waarschijnlijk niet meer weg. Hoe kunnen we met plastic leven? Die kwestie laat ik dan zien door planten van plastic te maken. Dat beeld verwerk ik in mijn kunstinstallaties.
Van Londen naar Maastricht en Nijmegen
Haar kunstenaarscarrière gaat na Londen verder in Maastricht. Daar volgt Keiko nog een master aan de Jan van Eyck Academie. Inmiddels is ze 35 jaar. Een jaar later ontmoet ze in Portugal haar huidige man, die in Nijmegen blijkt te wonen. “Ik ben naar Nijmegen gegaan voor de liefde. Hij had al twee kinderen en woonde hier, dus ik kwam ook. Nijmegen is voor mij de plek waar familie en vrienden wonen. Ik vind die underground scene van vroeger, bij het oude Doornroosje, met de kleinere theaters, vooral fijn om naar toe te gaan. Daarnaast is de omgeving mooi om in te wandelen en houd ik van de kleinschalige biologische boerderijen in de regio”, zegt ze.
“En: ik kom graag in de klimhal. Ja, op mijn leeftijd nog. Ik voel me wel wat jonger dan ik ben’, lacht Keiko. “Dat heeft voordelen, want ik werk nog best wat. Ik kan ook met pensioen gaan, maar word telkens gevraagd voor nieuwe exposities door heel Nederland. Maar Nijmegen is wel de plek waar ik zie, voel en mensen ontmoet, waardoor ik geïnspireerd raak. Indirect werkt dat zeker door in mijn kunst.”
Exposeren in de Stevenskerk
In 2021 exposeerde Keiko in de Stevenskerk in Suffering Matters, georganiseerd door het Beziendershuis. Een tentoonstelling over pijn en lijden, waarbij Keiko onder meer in de grafkelder haar werk exposeert. De parallellen tussen het lijden in Hiroshima en Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog trekt ze in haar werk Shadow of Memory. Het werk bestaat uit honderden stukjes versplinterd glas met portretjes erop van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog uit Nijmegen, Hiroshima. “Het idee van ‘iemand was daar’ en het verhaal daarachter, dat vind ik mooi en belangrijk om te vertellen. Mijn vader was kamikazepiloot in de Tweede Wereldoorlog, dus het werk heeft banden met mijn persoonlijke verleden. Iedere stad of ruimte heeft geschiedenis”, zegt Keiko.
In het werk Light is Still On reflecteert Keiko op de kernramp in Fukushima, de stad waarin ze opgroeide. Op 11 maart 2011 vindt de ramp plaats en twee jaar later keert Keiko terug. Haar ervaringen van die reis verwerkt ze in het kunstwerk in de Stevenskerk. “Ik mag niet meer terug naar de plek waar ik woonde, dat is te gevaarlijk vanwege de straling. Dat vind ik heftig en daarom wilde ik dit werk maken.”
Naast de expositie in de Stevenskerk, stond Keiko in Nijmegen meerdere keren in het Museum het Valkhof en in diverse galerieën en expositieruimtes. Haar werk is ook in onder meer New York, Senegal, Engeland, Congo, Frankrijk, Japan en Duitsland tentoongesteld. “Ik heb heel veel geluk gehad met mijn exposities, er was altijd wel ergens plek voor me. Soms had ik vijf tentoonstellingen per jaar, dat is veel. Met subsidie van het Mondriaanfonds is dat mede gelukt. Soms denk ik: “Ik mag wel iets rustiger aan doen, het werk is fysiek best zwaar. Maar ik kan altijd blijven maken. Wil mezelf blijven ontdekken.”


