Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
Als café, als collectief, kun je voor veel mensen iets betekenen. Meer dan wanneer je in je eentje bent.
Vanaf haar twintigste, zo’n 45 jaar geleden, werkt Jozé Bos al voor Café De Plak. Officieel is ze met pensioen, maar De Plak laat haar niet los: in de weekenden valt ze nog steeds in. De Plak is een bijzondere plek. Niet alleen door de geschiedenis, maar ook omdat het café al zo lang als collectief gerund wordt. Misschien wel het langste in Nederland.
Tegen de stroom in
Beslissingen worden door iedereen samen genomen. Iedereen is gelijk en iedere mening telt. Zo is er door het collectief besloten dat De Plak alleen nog vegetarische / vegan gerechten serveert. Zolang De Plak bestaat, is het een plek voor nieuwe dingen. De Plak is altijd tegen de stroming in gegaan. En dat is nog steeds zo.
Krakersrellen
“De Plak is beroemd geworden door de krakersrellen,” vertelt Jozé. “Dat was in het begin van de jaren 80. We hadden daar eigenlijk niets mee te maken, maar die rellen waren bij ons in de buurt. Daardoor was ons logo de hele tijd op de beelden te zien, in de krant en op tv.
De Plak werd een soort PR-centrum voor de krakers. Want wij zaten in de buurt en we hadden een telefoon. Er waren toen natuurlijk nog geen mobiele telefoons. Op een gegeven moment gingen we ook wel met hen sympathiseren. Er kwamen veel journalisten die de krakers wilden spreken en die kwamen naar ons. Dat heeft voor veel bekendheid gezorgd.”


“De Plak is altijd tegen de stroming in gegaan”
Inclusief en ‘open minded’
Hans Geveling en Henk Baptist, de eerste eigenaren, wilden een café openen dat gericht was op emancipatie en verandering. De Plak is altijd een inclusief en ‘open minded’ café geweest.
Jozé: “Op dat moment was er in Nijmegen één homocafé, Het Bakkertje. Om daar binnen te komen, moest je aanbellen en je legitimeren. Hans en Henk wilden een café waar dat niet nodig was. Waar je zo naar binnen kon, en iedereen welkom en veilig was. Waar je gewoon een leuke avond kon hebben. En dat is gelukt. Vanaf het begin was De Plak een plek voor iedereen. Het publiek was heel gemengd, jong en oud, alles kwam. ‘s Avonds was het in de kelder echt een uitgaansgebeuren. Vooral in de weekenden was het daar booming. Maar ik heb geen wild caféleven geleid. Anderen wel. Daar zijn natuurlijk al een aantal van overleden, drank, drugs, aids… Daar gingen echt wel wat mensen aan dood die ik kende. Dat was een hele andere tijd.
In de keuken
Ik ben bij De Plak begonnen toen ik een jaar of 20 was om wat te doen te hebben. Ik was uitgeloot voor mijn studie en al mijn vrienden waren druk, alleen ik niet. Ik heb heel lang de ochtenddienst gedraaid, van 10 in de ochtend tot 2 in de middag. Op een gegeven moment ben ik weer gaan studeren. Deze dienst kon ik daar makkelijk mee combineren. Dat is ook wel een van de redenen dat ik het zo lang heb volgehouden. Na mijn opleiding Nederlands ben ik in de keuken begonnen bij De Plak. Er was helemaal geen werk in de onderwijswereld en eigenlijk vond ik het ook niet leuk om voor de klas staan. Inmiddels had ik twee dochters met mijn toenmalige man en ik wilde wel graag iets doen, maar niet in het onderwijs. Dat werd de keuken in De Plak. Het was heel hard werken, want we hadden veel minder personeel dan nu. Ik heb alles gaandeweg geleerd. Zo ging dat toen.
Zorg voor elkaar
Bij De Plak zorgen we voor elkaar. Voor het personeel, maar ook anderen. Dat is echt wel bijzonder. Zoals dat je kunt blijven werken, ook als je ouder wordt. Waar is dat nog in de horeca? Kijk maar bij andere cafés, overal zijn het studenten. Nergens zie je ouderen. Bij De Plak is dat anders.
Iedere Kerst organiseren we bij De Plak een diner voor eenzame mensen en een grote groep vluchtelingen uit het AZC. Die dag werken wij voor niets en onze vaste leveranciers doneren de ingrediënten voor het eten. Normaal krijg je met de feestdagen een cadeau, maar wij krijgen een bestelling voor een dag. Het gaat om zingeving. Als café, als collectief, kun je voor veel mensen iets betekenen. Meer dan wanneer je alleen bent.”




