Gepubliceerd:
In dit artikel:
Tekst:
Fotografie:
‘Oh, hoor je dat? Dat gekwaak in de verte? Daar, in een oude leemkuil zitten kikkers’, vertelt Ellen Luijks, boswachter communicatie en beleven bij Natuurmonumenten. Het gebied waarin die oude leemkuil te vinden is, is het Rijk van Nijmegen. Een gebied van 1400 hectare waaronder de St. Jansberg, Heumensoord en Landgoed Mookerheide vallen. Dit is onder meer ‘haar’ boswachtersdomein.
“Dit gele bloemetje is een ratelaar. De zaaddoosjes van deze plant rammelen namelijk als ‘ie is uitgebloeid”, vertelt Ellen verder. Ze loopt op de Mookerheide op stevige wandelschoenen en kleurt goed bij de bossen met haar groene boswachterspak. Het hele gebied dat ze onder haar hoede heeft, beslaat zesduizend hectare en strekt zich helemaal uit tot aan Limburg en Brabant. Maar: het Rijk van Nijmegen is een van de meest populaire plekken, dus daar besteedt ze relatief veel tijd aan.
Opgegroeid met de natuur
Ellen groeide op in Oss en was altijd al regelmatig in de natuur te vinden. In de vakanties ging ze vroeger naar de Utrechtse heuvelrug met haar gezin. Ook daar waren ze veel buiten te vinden (mede doordat er geen internet en tv was). Ondanks haar interesse in de natuur, wilde ze het liefst journalistiek studeren. Om daar te komen, deed ze eerst de mbo-opleiding marketing en communicatie. “Iedereen in Oss ging bij de gangbare bedrijven als Organon stage lopen, maar ik had iets anders in gedachten. Ik fietste vaak langs het kantoor van Staatsbosbeheer op weg naar school en dat leek me een leuke plek”, zegt ze.
“Staatsbosbeheer was inmiddels verhuisd naar Waardenburg en ik mocht daar stage lopen. Ik vond dat zo ontzettend leuk; ik mocht verhalen vertellen over een onderwerp dat ik interessant vind. Het was veel communiceren over wat er in de natuurgebieden speelde. Bijvoorbeeld toen er mond-en-klauwzeer was uitgebroken, de juiste informatie daarover naar buiten brengen. Na mijn stage kon ik er één dag in de week blijven”, zegt Ellen.
Na die stage had Ellen de smaak te pakken en begon ze aan een rits cursussen over de meest uiteenlopende soorten in de natuur: paddenstoelen, planten, dieren, insecten, noem het maar op. “Ik ben de tel kwijt hoeveel cursussen ik heb gedaan, maar ik wist gewoon; ik wil hierin verder. Ik kon niet zomaar naar de bosbouwschool, want ik had de exacte vakken niet gehad. Dus ik ben via veel cursussen en vrijwilligersfuncties bij diverse natuurorganisaties langzaamaan het boswachtersvak ingerold”, gaat Ellen verder.
“Mijn eerste betaalde klus was bij ARK Natuurontwikkeling. Daar mocht ik de educatie voor schoolkinderen doen en vrijwilligers begeleiden. Daarna ging ik door met een ander project en uiteindelijk kwam ik bij Natuurmonumenten terecht. Dat is inmiddels zeven jaar geleden”, lacht ze. Ellen werkt drie dagen in de week voor Natuurmonumenten, waarbij ze zich vooral bezighoudt met de communicatie met het publiek.


“Stagematching geeft bedrijven de kans om studenten te begeleiden die ze zelf misschien niet zouden hebben uitgekozen”
De aanpak
ROC Nijmegen heeft de uitdaging om stagediscriminatie uit te bannen, aangepakt door een projectgroep op te richten met aandacht voor gelijke stagekansen, diversiteit en inclusie. Zo is er een meldwijzer voor studenten ontwikkeld met uitleg over wat stagediscriminatie is en waar studenten terecht kunnen als ze ermee te maken krijgen. Ook is er een stappenplan voor docenten gemaakt zodat zij weten hoe ze moeten handelen bij signalen en meldingen van stagediscriminatie. Verder wordt er ingezet op professionalisering van docenten op dit thema.
Boswachter van vroeger en nu
“Ik vind het ontzettend leuk om mensen bij de natuur betrekken en ervoor te zorgen dat ze meer te weten komen over de natuur. De functie van boswachter is door de jaren heen wel heel erg veranderd. Die boswachter van vroeger, die man met een grote snor en een hoed op met een veer erin, die is er niet meer. Eerder had je als boswachter één gebied waar je de scepter zwaaide. Die gebieden zijn nu veel groter en er zijn meerdere boswachters in één gebied. In Rijk van Nijmegen zitten bijvoorbeeld vijftien boswachters en administratieve krachten. Daarnaast hebben we ruim 160 vrijwilligers zonder wie we ook echt niet kunnen”, zegt Ellen.
“Voor mij is er vooral veel kantoorwerk bijgekomen. In de bossen zijn nog wel de boswachters ‘buiten’ en de ecologen aanwezig, daar overleg ik dan veel mee. Maar communicatie is echt het hoofdonderdeel van mijn werk”, gaat ze verder.
“Ik zorg ervoor dat het publiek weet wat er speelt in de natuurgebieden en leg de verbinding met de mensen. Ik communiceer over de natuur, over de excursies die we houden, maak de persberichten en beantwoord heel veel mails. Mensen zijn echt mondiger geworden. De St. Jansberg is sinds een paar jaar een Natura2000-gebied. Om zo’n gebied in stand te houden, kiezen we er bijvoorbeeld voor om bepaalde paden niet meer toegankelijk te maken voor mountainbikers. Ook geven we geen groepsexcursies meer. Al die zaken communiceer ik en daar krijgen we dan weer veel mails over. Wandelaars snappen het gelukkig, die hebben begrip voor de natuur.”
Ook het Landgoed Mookerheide en zijn Jachtslot waren een flink communicatieproject voor Ellen. “Ik ben waarschijnlijk de enige boswachter met een bouwhelm”, lacht ze. “We hebben het Jachtslot helemaal verbouwd en grote delen in originele staat teruggebracht. Ik vlogde er in de afgelopen jaren veel over, zodat het publiek ook wist wat er gaande was op het landgoed.”

Veranderingen in natuurbeheer
Bij de projecten gaat Natuurmonumenten niet over één nacht ijs. Het Jachtslot was een meerjarenproject, maar ook het natuurbeheer dat in ‘haar’ gebieden plaatsvindt, is lange termijn werk. “We krijgen soms het verwijt dat we maar wat aan het hobbyen zijn. Maar de plannen voor de natuur die we nu maken, zijn vaak pas over dertig jaar terug te zien. Dat is niet binnen een jaar veranderd”, zegt ze.
Die plannen voor natuurbeheer zijn echt nodig, want door de klimaatverandering is ook haar gebied flink veranderd. “De droge jaren die we hebben gehad, daar lijdt de natuur zeker onder. Vooral de eiken en beuken staan er slecht bij, die wortels kunnen niet bij het grondwater in de bodem komen. De naaldbomen doen het iets beter, maar ook die moeten meer natte jaren hebben”, zegt ze. “Veel kevers vreten de bomen kaal, nu ze zwakker zijn. We proberen de paden veilig te houden en halen de bomen die zijn aangevreten weg. Ook kappen we een stuk bos dat nog niet is aangevreten, zo hopen we dat die kever zich niet verder verspreidt. Daarnaast beheren we de planten en bomen die hier groeien door regelmatig bloemen in te zaaien en grassen weg te halen waar nodig. De coördinator natuurbeheer zorgt daarvoor. En: het bos is ’s avonds en ’s nachts van de dieren. Zo hebben zij hun rust ook.”
Wandelen als tweede natuur
Naast haar baan als boswachter, is Ellen in haar vrije tijd regelmatig in de bossen te vinden. “Een uit de hand gelopen hobby, ik wandel veel en schrijf daar ook over. Dat doe ik op mijn eigen blog en ik schrijf geregeld wandelgidsen. Vaak gaat mijn dochter mee op pad, die houdt ook erg van wandelen. Meestal in Nederland, maar soms in Duitsland of België. Als we er maar met de auto kunnen komen. Zolang ik maar buiten ben en in de natuur wandel, want dat is mijn grootste passie.”




