Gepubliceerd:

6 februari 2022

In dit artikel:

Tekst:

Fotografie:

Uiteindelijk is hardlopen natuurlijk gewoon de ene voet voor de andere zetten.

Susan Krumins, veelvuldig medaillewinnaar en Olympisch atlete denkt terug aan het EK van 2018. “Bij de wedstrijd in Berlijn dacht ik niet meer aan de finish, maar aan mijn voeten blijven optillen en niet struikelen.”

One foot in front of the other, babe

“Sport kan een metafoor zijn.” Susan hoopt andere vrouwen te inspireren. “Ik ken heel veel vrouwen die alleen maar aan het multi-tasken zijn en de controle verliezen. Net als bij het hardlopen kan je dan ook even de focus verleggen naar ‘gewoon de ene voet voor de andere zetten’. Gewoon eerst kijken wat de eerstvolgende stap is en de rest even parkeren,” legt Susan uit.

Het liedje Flames van Sia dat letterlijk begint met de ene voet voor de andere zetten, hielp Susan gefocust te blijven tijdens blessures. “Voor het aquajoggen met senioren tijdens mijn revalidatie, deed ik dan mijn waterdichte iPod in mijn oren met dat nummer op. Alleen focussen op vandaag, in plaats van de verre toekomst die ineens onzeker is.”

“Tegelijkertijd kan sport parallel lopen aan je gewone leven,” voegt Susan hieraan toe. “Als je in een moeilijke situatie zit waar je geen controle over hebt, kan je het lopen (of welke andere sport dan ook) gebruiken als een plek waar je wél controle hebt.”

De hele wereld rond

Geboren en getogen in Nijmegen, gestudeerd in Amerika en met haar man naar Australië verhuisd. Maar nu toch weer in Nederland. “Voor de Spelen in Rio (2016) was het handiger om in Nederland te trainen. Bovendien wilde ik de oranje-hype niet missen! En veel Australische atleten trainen toch al in Europa als het daar winter is,” legt Susan de keuze uit om terug naar Nederland te verhuizen. “Het is ook fijn dat mijn man nu meer wedstrijden kan bijwonen.” In de Nederlandse winter gaat Susan naar Australië op familiebezoek waar ze dan weer met haar Australische team mee traint.

“Ik vond het altijd heel normaal om na 400 meter op de weg zo het bos in te rennen. Pas toen ik in Amerika ging wonen, kwam ik erachter dat dat helemaal niet zo vanzelfsprekend is.” Susan komt nog regelmatig in Nijmegen. Haar ouders wonen er en ze heeft een actieve rol bij de junioren in het Zevenheuvelen Team.

“Door fouten te (durven) maken kan je uiteindelijk beter worden, maar daar moet je wel voor openstaan”

Wat doet een topsporter eigenlijk in haar vrije tijd?

Susan lacht: “Het klinkt een beetje suf, maar buiten trainingen om ben ik helemaal niet zo’n actief persoon.” Ze houdt van lekker eten, vooral wanneer ze op vakantie is. “Lekker relaxen en in de zon liggen. Steden bekijken, maar vooral lekker veel eten. En koffiedrinken!”

“Coachen voelt voor mij ook een beetje als een hobby,” vertelt ze verder. Ze helpt nu bij het coachen van jonge atleten en dat gaat natuurlijk niet alleen om het lopen. “Ik wil dat ze het belang van een goede planning leren. Ik heb echt moeten leren plannen. Daar was ik in het begin niet zo goed in.” Tegenover de tijd en energie die in de vele trainingen en wedstrijden gestoken wordt moet uiteraard voldoende rust en ontspanning staan.

“Intensieve trainingsperioden zijn vaak indrukwekkend voor buitenstaanders,” aldus Susan. “Maar die focus kan je alleen vinden als je op tijd ook rust en vrije tijd neemt.” Balans vinden is voor iedereen belangrijk, topsporter of niet, vindt zij. “Professioneel moet je rust inbouwen naast je sport, maar recreatief kan sport juist de rust zijn naast je dagelijks leven. Inmiddels weet ik goed de balans te houden over een heel jaar heen. Je kunt deze sport niet al meer dan twaalf jaar professioneel doen als je geen balans vindt.”

Susan-Krumins
Susan-Krumins

Dieptepunten horen er natuurlijk ook bij

Leren omgaan met tegenslagen is een andere vaardigheid waar ze jonge atleten bij wil helpen. “Bij iedere tegenslag die je hebt, denk je op dat moment: één grote failure, waarom doe ik dit?” Susan legt ook de keerzijde van de medaille uit. “Maar daarna is er altijd een moment dat je je realiseert wat je verbeterd en geleerd hebt.”

Bij blessures had ze dit patroon zelf al snel in de gaten. Maar met de Olympische Spelen van Tokyo werd ze er toch weer door verrast. “Het was een moeilijke situatie omdat de Spelen een jaar werden uitgesteld. Dan heb je een hele lange voorbereiding en in de aanloop er naartoe kreeg ik ook nog een blessure. Het is moeilijk om te plannen in een situatie die je zelf niet in de hand hebt. Dan moet je ineens leren flexibel te zijn,” legt Susan uit. Ze wist niet of ze op tijd gezond zou zijn. Het leek goed te gaan, maar bij aankomst in Japan kreeg ze toch weer last van de blessure en uiteindelijk is ze niet gefinisht.

“Wat je leert tijdens een dieptepunt is vaak wat je goed maakt.” Je zou niet verwachten dat de Olympische Spelen een dieptepunt zijn voor een topsporter. “Maar als het de enige race is in twee jaar en dan finish je niet… dan is dat wel een dieptepunt,” verklaart Susan. “En als ik Tokyo als laatste prestatie van mijn carrière had bedacht dan was dit echt geen mooie afsluiting geweest.”

Het einde is nog lang niet in zicht

Tokyo was gelukkig niet bedoeld als afsluiter voor Susan. “Sportief gezien wil ik natuurlijk graag weer op de Spelen staan. Maar de EK-medailles zijn voor mij ook heel bijzonder,” zegt ze. Als het aan haar ligt, voegt Susan nóg een internationale medaille aan haar lijstje toe. En ze zou ook heel graag nóg een keer de Zevenheuvelenloop winnen. Daarnaast traint ze nog voor lange afstanden. “Voor COVID was ik voor de halve marathon van New York aan het trainen, maar die ging niet door.”

Het einde is dus nog láng niet in zicht. “Het idee is dat ik nog tot de Spelen van Parijs (2024) doorga,” aldus Susan. “Dan ben ik ook al 38.” Ze zou graag langer blijven rennen, maar dat is niet te combineren met allerlei andere dingen die ze nog wil doen, zoals coaching, columns schrijven en podcasts opnemen.

Droom groots en ga ervoor!

“Ik voel me gewoon vrij als ik kan lopen. Als het goed gaat, lijkt het als vanzelf te gaan en kom je in een flow: los van de grond, alleen jij en je lichaam.” Samen met collega atlete Patricia Schreurs heeft Susan het hardloopdagboek Dreams uitgebracht. Ze is hiermee begonnen om mensen te leren hun eigen doelen en plannen te maken. Met de planner hoopt ze ook anderen aan te zetten om groots te dromen. “Zelf ben ik heel erg van het opschrijven,” licht Susan toe. “Mijn grote doel hangt altijd op een post-it op de spiegel voor tijdens het tandenpoetsen. Als je iets opschrijft, wordt het realistischer.”

Toen Susan in 2012 de Olympische Spelen niet haalde, vroeg haar omgeving of ze dan niet beter eerst iets met haar studie (sociologie) zou kunnen doen. Het waren toen vooral haar vrienden uit Amerika waar ze had gestudeerd die haar overtuigden om er tóch voor te gaan. En zo gebeurde het dat Susan weer bij haar ouders introk en alles op alles zette om haar doelen te bereiken.

“Ik hoop dat mensen dit meenemen: het is niet altijd makkelijk en comfortabel.Er zijn altijd tegenslagen, maar neem het risico om ergens voor te gaan en groots te dromen.”

Susans persoonlijke topprestaties:
1. Zilver op de 10 km in Berlijn, EK 2018. “Het jaar daarvoor was ik geblesseerd en had een lange revalidatie. Juist dankzij tegenslagen was ik mentaal zo sterk om helemaal te knallen en bijna zwalkend over de finish te komen terwijl iedereen dacht dat ik het niet zou halen.”

2. Overwinning op de Zevenheuvelenloop, 2016. “Ik ben begonnen in Nijmegen. Ik werd gescout toen ik 12 was. Het doel van het team was altijd om de sporters die ze van junior tot senior opgeleid hadden naar de Olympische Spelen te kunnen laten gaan óf de Zevenheuvelenloop te laten winnen. Het lukte mij beide in hetzelfde jaar. Mijn juniorencoach heeft het niet meer mogen meemaken, maar zijn missie was dus toch gelukt. Dit heeft voor mij een hele bijzondere betekenis.”

3. Brons op de 5 km in Zürich, EK 2014. “Dit was mijn eerste EK-medaille. En onverwacht. Namelijk vlak nadat mijn juniorencoach was overleden aan een hartstilstand. Ik wist niet of ik de wedstrijd überhaupt kon lopen, want mentaal en fysiek moet gewoon altijd kloppen. Ik had de oorbellen in die hij me had gegeven voor mijn 18e verjaardag. Toen ik tijdens de wedstrijd dacht het niet te gaan halen, voelde ik die oorbellen en kon alsnog een stukje harder.”