‘Ons pand, ons project: als individuen doen we dit samen’
Als een groep vrouwen in 1979 een oud schoolgebouw aan de Gerard Noodtstraat kraakt, betekent dit het begin van een bijzondere geschiedenis van een woon- werkplek die zich sinds begin jaren ‘90 in het majestueuze klooster aan de Dominicanenstraat bevindt. Het imposante, monumentale pand met een markante kapel kan om esthetische redenen al rekenen op belangstelling. Maar vooral de historie en signatuur, sterk bepalend voor zowel het heden als de toekomst van de Vrouwenschool maken dit object uniek in zijn soort.
Vanaf het prille begin speelt de Vrouwenschool een belangrijke rol in de vrouwenbeweging. Zo benutten vrouwen de ruimtes aan de Gerard Noodtstraat al voor bedrijvigheid in de vorm van een fietswerkplaats, een zeefdrukkerij en een muziekkelder. Simone, dramatherapeut en een van de eerste bewoners herinnert zich goed hoe radicaal en vrijgevochten de vrouwen in die tijd waren: “Vrouwen moesten nog bikkelhard strijden om als gelijkwaardig te worden gezien en te worden behandeld. Die gelijkwaardigheid is in de loop der jaren meer vanzelfsprekend geworden.
Vrouwen die hier nu wonen en/of werken zijn geëmancipeerd en zelfstandig, maar zijn uit een ander hout gesneden dan de oorspronkelijke feministen. Al is het fundament waarop de Vrouwenschool stoelt tijdloos. En dat fundament is de kracht van vrouwen. Het credo ‘voor jezelf opkomen’ maken wij in de dagelijkse praktijk waar. Het beheer, de organisatie van een pand als dit vergt inzet, toewijding, expertise en daadkracht. Zo’n oud gebouw vraagt veel onderhoud. Al meer dan 30 jaar zijn de vrouwen die hier wonen en/of werken in staat gebleken hier zorg voor te dragen: een (technisch) euvel wordt onderzocht, er wordt overlegd en gepaste actie ondernomen. Je past bij het profiel van de Vrouwenschool als je bereid bent om ergens je schouders onder te zetten, samen iets te onderhouden.”
“Waarom zou je een wasmachine voor jezelf moeten hebben? Zeker in deze tijd is het duurzame aspect van een gedeelde woon- en werkomgevinginteressant”
‘Herkenbaar’, vult Loes grafisch ontwerper en haptotherapeut aan: “Al woon ik hier minder lang dan Simone en Barbara.De kracht om samen ergens voor te gaan, samen iets aan te pakken, herken ik en maak ik hier intensief mee. We kijken in eerste instantie wat we zelf kunnen fixen en of we het met elkaar kunnen regelen. Lukt dat niet, dan vragen we advies of specifieke expertise van buitenaf. Dat gevoel, die positieve onderzoekende en probleemoplossende dynamiek leidt wat mij betreft tot verbinding. Je hoeft niet alles te weten en je staat er niet alleen voor. In de Vrouwenschool ‘wonen’ we niet ‘samen’. We leven/werken onder één dak en zijn er met elkaar. Ik vraag me wel eens af waarom er niet meer woon- werkgemeenschappen zijn als deze. Er is zoveel eenzaamheid, zoveel mensen moeten het maar zien te redden in hun eentje. Neem de pandemie als voorbeeld: ook in ons pand hebben vrouwen in quarantaine gezeten, maar anderen ontzorgden hen. Wij ondersteunden elkaar in de zorg die nodig was. Zo stond het een door corona besmette bewoonster vrij om de keuken, douche, toilet op een bepaalde gang te gebruiken.Anderen weken uit naar andere faciliteiten in het huis. En was er behoefte aan een boodschap of warme maaltijd dan werd dit geregeld. Onder het dak van de Vrouwenschool heb ik mijn eigen ruimte én voel ik de saamhorigheid. Een heel gezonde plezierige vorm van wonen en werken, dus!”



Barbara, muziektherapeut en hbo-docent: “Dit gevoel van geborgenheid in combinatie met ieders sterke drive om de autonomie te behouden, vraagt om een goede organisatie. De Vrouwenschool is een woon- werkvereniging. En de vereniging is eigenaar van het klooster. Vrouwen die hier wonen en/of werken, zijn lid van deze vereniging en dus mede-eigenaar van het pand. We betalen geen huur, maar contributie. Praktische en bestuurlijke verplichtingen worden door iedereen gedragen. Of je er alleen woont, werkt of beide, alle leden van de vereniging nemen deel aan werkgroepen en wonen de algemene ledenvergaderingen bij. Zo buigt de financiëngroep zich o.a. over de ingewikkelde materie van de contributie. Alle ruimtes zijn namelijk anders en de contributie moet berekend worden op basis van het aantal kubieke en vierkante meters. De Vrouwenschool valt onder monumentenzorg. Dit brengt specifieke verplichtingen met zich mee waar o.a. de klussengroep verantwoordelijk voor is. Daarnaast hebben we een tuingroep, pr-/activiteitengroep, een groep vrouwen die voor de verhuur van de kapel zorgt en een die verantwoordelijk is voor de werving en selectie van nieuwe leden. In tegenstelling tot vroeger werkt het merendeel van de vrouwen dat hier woont. Reden temeer om alles strak te organiseren, want de mogelijkheid om iets ad hoc te bespreken, fixen of organiseren, is beperkt. Aan animo om lid te worden van de vereniging Vrouwenschool, om hier te komen werken en/of wonen, is geen gebrek. Komt er een ruimte vrij dan oriënteren wij ons eerst op onze zogeheten geïnteresseerdenlijst. Ook maken wij via onze site en de socials kenbaar dat er ruimte beschikbaar komt. Hierna volgt een intensieve selectieprocedure. Intensief omdat je op veel kunt rekenen als je lid wordt van de vereniging (een prachtige en fijne plek om te wonen, fijne, positieve verenigingsleden), maar er wordt ook van je verwacht dat je iets inbrengt. Dat je actief bijdraagt aan het reilen en zeilen van het pand, de plek en de passie die we hiervoor delen. Waar ik vooral blij van word, is dat we dit samen hebben, dit samen doen. Ongeacht ups en downs, we staan er met z’n allen voor. En je leert. Je leert je open te stellen en je blijft je verwonderen. Want als je een pand deelt met vijfentwintig vrouwen dan hoor je steeds andere geluiden, kan je steeds rekenen op andere inbreng. Je wordt niet alleen flexibeler, je wordt ook toleranter. Samen onder één dak wonen en werken hangt sterk samen met het sluiten van compromissen. Ieders inbreng, ieders instelling, zijn bepalend voor het succes daarvan.”





